God gelooft in ons


I Inleiding

"
En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders" Lucas 22:31-32
De GNB zegt: "
Weet dat Satan heeft geeist jullie te ziften als koren in een zeef".

"En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen, zeggende: Dat verhoede God, Here, dat zal U geenszins overkomen! Doch Hij keerde Zich om en zeide tot Petrus: Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt Mij een aanstoot, want gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die der mensen."
Matteus 16:22.
Sommige mensen zeggen "God zou het niet willen dat je dit meemaakt". Zij die ons van lijden willen sparen zijn onze vijanden. Zelfs in ziekte predikte Paulus Jezus (Galaten 4:13-14) en hij moest Trofimus te Milete ziek achterlaten (2 Timoteus 4:2). Christenen werden van hun bezittingen beroofd (Hebreën 10:34) en dit alles was tot hun nut.

II Satan verlangt ons

Satan wilde Simon en de andere apostelen ziften als tarwe. 
Om graan te zeven wordt het op een zeef gegooid en doorheen geschud. Hetgeen op de zeef blijft liggen is het nuttige, bruikbare, het onnuttige waardeloze kaf wordt met de wind meegevoerd en gaat verloren.
Satan hoopte om na het ziften van Simon en de anderen enkel kaf te vinden. Hij eiste en verlangde van God gelegenheden om pijn te veroorzaken bij Zijn discipelen en om hen te beproeven door hen van Christus en elkaar te verwijderen. Zo wilde hij hen verpletteren tot kaf. De moeiten en benauwdheden werkten ziftend.

We moeten altijd denken aan de vallen die satan voor ons uitzet om ons te ziften. Hij wil ons doorheen schudden opdat wij zouden blijken geen koren te zijn, maar kaf. God gebruikte satan om Zijn discipelen te zuiveren van de wereldse begeerten. Petrus was het koren, zijn zelfvertrouwen het kaf.

III Waarom is dit niet gelukt bij de apostelen?

Het probleem dat Petrus Jezus verraadde was niet zozeer enkel zijn probleem, maar het probleem van elk mens die zich door zonde afkeert van Christus.

- Zij wilden anderen vertellen over Jezus en leidden hen tot Jezus (Johannes 1:41-43)
- Zij volgden Jezus onmiddelijk en onvoorwaardelijk (Matteus 4:18-22)
"
Toen Hij nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, diens broeder, een net in zee werpen; want zij waren vissers. En Hij zeide tot hen: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken. Zij nu lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem. En vandaar verder gegaan zijnde, zag Hij nog twee broeders, Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, terwijl ze bezig waren hun netten in orde te brengen, en Hij riep hen. Zij lieten dan terstond het schip en hun vader achter en volgden Hem."
Zij wilden niet eerst carriere maken.
Zij waren niet bezorgd om wat hun vader dacht, ze wilden Jezus volgen
- Zij verlieten hun aardse goederen achter zich om de hemelse goederen na te volgen (Lukas 5:27-28)
"En daarna vertrok Hij en zag een tollenaar, Levi genaamd, bij zijn tolhuis zitten en Hij zeide tot hem: Volg Mij. En hij liet alles achter, stond op en volgde Hem."
Zij waren niet bezorgd om hun status te verliezen
- Zij vertrouwden Jezus op Zijn Woord en erkenden Jezus als Messias (Lucas 5:1-8)
"
maar op uw woord zal ik de netten uitzetten" en "Ga uit van mij, want ik ben een zondig mens, Here"
- Toen anderen Jezus verlieten, bleven zij bij Jezus (Johannes 6:66-69)
Velen vonden Jezus Woorden harde rede, het waren moeilijke omstandigheden.
- Zij verlangden ernaar om Jezus Woorden te begrijpen (Matteus 15-15)
"
Petrus antwoordde en zeide tot Hem: Verklaar ons de gelijkenis."
- Zij erkenden dat Jezus hun innerlijke mens moest reinigen (Johannes 13:8-9)
- Zij waren verontrust als ze hoorden dat iemand Jezus zouden verraden (Johannes 13:21-25)
- Zij zochten in moeilijke tijden steun bij elkaar en baden samen (Handelingen 1:13-14)
"
Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders."

Jezus beloofde Zijn apostelen dat Hij hen 'vissers van mensen' zou maken:

"
Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude"

- Hij leerde hen om niet te vrezen en om geen ongeloof te hebben (Matt 14:28-31)
- Hij leerde hen dat Gods Wil altijd moet worden volbracht (Johannes 18:10-11)
"
Simon Petrus dan, die een zwaard had, trok het, en hij trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het rechteroor af; de naam nu van de slaaf was Malchus. Jezus dan zeide tot Petrus: Steek het zwaard in de schede; de beker, die de Vader Mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken?"
- Hij leerde hen om te geloven ook al zouden Hem niet zien (Johannes 20:25-29)
- Hij leerde hen welke weg zij moesten volgen toen zij het niet wisten (Johannes 14:5-6)
"
Tomas zeide tot Hem: Here, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg? Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij."
- Hij leerde hen om zichzelf te verloochenen en om het kruis te dragen (Matteus 16:22-26)
"
Toen zeide Jezus tot zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden. Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?"
- Hij leerde hen om elkaar overvloedig te vergeven (Matteus 18:21-22)
- Hij leerde hen om niet op zichzelf te vertrouwen, maar om op Hem te vertrouwen (Lukas 22:33-34)

IV God gelooft in ons!

"
Gij zijt Simon, de zoon van Johannes, gij zult heten Kefas, wat vertaald wordt met Petrus" Johannes 1:42
Als jullie luisteren en leren dan zal je overwinnen, dat is wat Jezus ons wil leren. Jezus zag niet enkel Simon met al zijn tekorten, Hij zag ook de man die Simon zou worden. Jezus geloofde in Simon! Jezus geloofde dat de impulsiviteit en ruwheid van Simon zou veranderen in een diep en volgzaam geloof, hij zou een sterke rots worden omdat Simon datgene had wat nodig was, nl geloof in Jezus Christus: "
Simon Petrus antwoordde Hem: Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven en wij hebben geloofd en erkend, dat Gij zijt de Heilige Gods" Johannes 6:68-69.

Het geloof dat Jezus in Simon had, heeft ertoe geleid dat Simon de rots werd zoals Jezus had gezegd. Op gelijke wijze gelooft God in elkeen van ons dat wij die Rots kunnen zijn die vast en onwankelbaar staat in geloof.

"
Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here" 1 Corinthe 15:57-58 

De apostelen leren ons:

hoe wij een sterke rots kunnen zijn
dat God hoort
dat we moedig moeten zijn
dat we moeten vasthouden
dat God genadig is
elkaar lief te hebben
dat Jezus de Zoon van God is
om niet te twijfelen
om medelevend te zijn
dat God zeer te prijzen is

IV Conclusie

Matteus 13:24-30



Vorige