|
I Inleiding
"Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag,
want onze God is een verterend vuur." Hebreën 12:28-29.
II Hebreën 12 Vermaning en
aanmoediging
a) Loop de wedloop met volharding (1-2)
Christenen moeten volhouden in hun geloof
- naar het voorbeeld van 'mannen en vrouwen van geloof'
- naar het voorbeeld van Christus
Wanneer we kijken naar onze grote voorbeelden (Hebreën 11) dan moet ons dat ertoe
aanzetten om alle last en zonden af te leggen.
- Christenen dragen in hun leven vaak veel wereldse lasten, bagage mee,
waardoor hun wedloop erg bemoeilijkt wordt en ze uiteindelijk opgeven.
Vgl het met de atleet die gaat hardlopen met extra gewichten rond zijn
nek. Zo zal hij nooit winnen.
Om deze reden waren atleten in de Griekse oudheid vaak naakt,
om zo min mogelijk tegenstand te hebben. Christenen wandelen te vaak
teveel met de lusten van het vlees; de lusten van de ogen en een
hovaardig leven en ondervinden hiervan veel tegenstand.
- het blijven wandelen in zonden, zonder ertegen te strijden, wordt een
obstakel waardoor hij zal struikelen.
Dit hoeft echter niet zo te zijn als we onze ogen en onze aandacht op
Jezus houden. Denk eens aan wat Jezus voor ons heeft gedaan. Stond hij
erom te springen om gekruisigd te worden? "Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet
open" Jesaja 53:7 Jezus aan het kruis riep "Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?"
Matteus 27:46. Hij onderging de pijn van het dragen van onze zonden,
waardoor God, die Heilig is, niet bij Jezus kon zijn. God kan niet zijn
waar zonden zijn. En toch volhardde Jezus en onderging hij dit leed om
ons te redden. Jezus heeft ons Zijn bloed, zweet en tranen gegeven. Zei
Hij misschien, wat ben ik nu blij dat ik dit moet ondergaan?
b) Vaders tucht (3-11)
Christenen die in zonde blijven wandelen staan te weinig
stil of hebben zelfs
geen besef welke prijs onze Grote God en Heiland heeft betaald om
ons te verlossen van onze zonden en de dood. Zij hebben " nog niet ten bloede toe weerstand geboden in
hun worsteling tegen de zonde". Ze doorboren zich met
vele smarten omdat ze "de vermaning hebben
vergeten, die tot hen als tot zonen
spreekt". (lees Hebreën 12:5-6)
Tuchtiging: maken dat iemand leert, het corrigeren van fouten en
beheersen van hartstochten, God brengt kwaad over de mensen om hen tot
verbetering te brengen.
Kastijden: geselen, vgl met Markus 10:34 "en zij zullen Hem bespotten en Hem bespuwen en Hem geselen <3146> en doden, en na drie dagen zal Hij
opstaan".
Aannemen: erkennen als zoon
Het leven van een christen is vaak moeilijk. Als we onze aandacht
richten op wat Jezus onderging, dan moet ons dat moed geven om door te
gaan. Het tegenovergestelde van onze aandacht op Jezus te houden is:
- afwezig zijn, zowel lichamelijk als geestelijk
- ongeconcentreerd zijn
- niet inspannend
- onoplettend
Zulk een houding is er wanneer christenen niet ten bloede toe weerstand
bieden tegen de zonde.
Gemakzucht leidt tot verwende christenen, zij die
gewoon zijn alles te krijgen zonder er iets voor te moeten doen. Ze
denken dat God altijd naar hun pijpen moet dansen. (vgl Matteus
11:16-17)
Als God ons door tuchtiging duidelijk maakt dat wij het zijn die naar
Gods pijpen moeten dansen, dan moeten we niet verslappen maar ons
verheugen, want God maakt ons dit duidelijk omdat Hij ons liefheeft.
c) Kom niet tekort (12-17)
Zonde is gelijk drugs, het werkt enorm verslavend. De realiteit is dat
christenen zonde behoren af te leggen. Maar het euforisch gevoel waar
veel verslaafden naar verlangen, weerhoudt hen ervan om tot het doel te
komen dat God heeft vooropgesteld, nl "Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien.
Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet
worden" Hebreën 12:14-15.
Het is zo met alle verslavingen, met drugs, alcohol, sex, verbittering,
onverschilligheid, ..., kortom alle zonden. De vrijheid die men heeft in
Christus mag niet gebruikt worden als dekmantel om in zonde te leven.
Velen streven naar dat vals euforisch gevoel dat hen tijdelijk een
bevrediging geeft. Ik heb toch het mijne gehad, ik heb toch mijn moment
van glorie gehad.
Hoe komt het dat een christen zijn zonde niet overwint?
vb jongen die uit de hoogte naar anderen doet, om zich aan te stellen
bij zijn vrienden en om zich beter voor te doen dan hij werkelijk is.
De oorzaak kan liggen bij 3 redenen:
1) Zijn ouders hebben hem geen opvoeding gegeven.
2) Zijn ouders hebben hem een verkeerde opvoeding gegeven.
3) Zijn ouders hebben hem een goede opvoeding gegeven, maar hij verzet
zich daartegen.
Dit laatste is het geval.
Het resultaat hiervan is dat deze jongen zijn ouders ten schande maakt
door zijn gedrag. Door zijn houding gaan mensen zijn ouders lasteren en
over hen kwaadspreken.
Wanneer christenen na enige tijd in hun relatie met God blijven wandelen
in dezelfde zonden en ze niet overwinnen, dan laat dit zien dat ze
onverschillig zijn tov hun eerstgeboorterecht, net zoals Ezau dat was.
Ezau verachtte zijn eerstgeboorterecht. Zozeer zelfs dat hij het
verkocht voor een maaltijd. (Zijn naam zou normaal opgetekend zijn in
het geslachtsregister van Matteus 1), maar door zijn onverschilligheid
was hij het kwijtgeraakt en de daarbij horende zegen ook.
d) De berg Zion (18-24)
Wanneer Israel God hoorde spreken "verzochten
zij bij het horen
ervan, dat niet verder tot hen gesproken
werd, want zij konden dit bevel niet dragen". Zelfs Mozes
was "enkel vreze en beving". Zo
indrukwekkend, vreselijk en beangstigend was Gods verschijning.
Christenen daarentegen zijn genaderd tot het hemelse Jeruzalem waarvan
zij burgers zijn (Filippenzen 3:20), tot de stad waar God woont, tot
alle eerstgeborenen (Kolossenzen 1:15; Jacobus 1:18).
e) Een laatste waarschuwing (25-28)
"Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, niet afwijst. Want als genen niet ontkomen zijn, toen zij Hem afwezen, die zijn godsspraak op aarde deed horen, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem, die uit de hemelen
spreekt" Hebreën 12:25
III Conclusie
"Barmhartig en genadig is de Here, lankmoedig en rijk aan goedertierenheid;
niet altoos blijft Hij twisten, niet eeuwig zal Hij toornen; Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden;
maar zo hoog de hemel is boven de aarde, zo machtig is zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen.
Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons;
gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de Here over wie Hem vrezen.
Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig, dat wij stof zijn."
Psalm 103:8:14
Amen.
Vorige
|