Eenzaamheid


Introductie:

Kon ik maar terugkijken en zeggen "in mijn oude leven was ik ..."

“Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkander hatende.” Titus 3:3 

“Bedenkt ... dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israels en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.” Efeziλrs 2:11-13

* eenzaam en alleen
* verlaten door God en mens

Kon ik maar terugkijken en zeggen "in mijn oude leven was ik ..."

“Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus.” Efeziλrs 4:14-15

Groeien: innerlijk groei van het geloof, groter worden van.
Niet iedereen is op hetzelfde niveau, groeien in geloof, wijsheid, liefde, gehoorzaamheid, ...

De gemeente: een toevlucht

Hebben we een toevlucht nodig?
* kinderen zoeken hun ouders
* gehuwden zoeken vertroosting in elkaar
* ouderen zoeken hulp in anderen als ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen
* ...

“En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.” Handelingen 2:47

De gemeente, een pijler en fundament

God woont niet in een tempel door mensenhanden gemaakt – besneden van hart – lichaam is tempel.
“Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?” 1 Korintiλrs 3:16 

“Mocht ik nog uitblijven, dan weet gij, hoe men zich behoort te gedragen in het huis Gods, dat is de gemeente van de levende God, een pijler en fundament der waarheid.” 1 Timotheus 3:15 

Pijler: pilaar die een gewelf ondersteunt
Fundament: bouwwerk als basis waarop een gebouw steunt.
Gedragen: manier van handelen en denken

Vb: “Daarop greep Simson de beide middelste zuilen ... en het gebouw stortte in.” Richteren 16:29-30
Vb: “En toch staat ongeschokt het hechte fundament Gods met dit merk: De Here kent de zijnen, en: Een ieder, die de naam des Heren noemt, breke met de ongerechtigheid.” 2 Timotheus 2:19

Hecht: niet van elkaar te scheiden, onverbrekelijk
Breken met: afstand houden van, zich ontdoen van, zich ver houden van

Vb: “Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat Ik zeg?” Lukas 6:46-49

Apostelen: verkondigers van de waarheid

“Jakobus, Kefas en Johannes, die voor steunpilaren golden” Galaten 2:9

“Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.” Efeziλrs 2:19-20

Hoeksteen: bindsteen, sluitsteen met een belangrijke ondersteunend kracht

Hoe moet men zich gedragen?

De gemeente: de plaats waar men kompleet wordt gemaakt in voorbereiding op het eeuwig leven.

Blijf vol verwachting uitzien: 
Ziet toe, blijft waakzaam. Want gij weet niet, wanneer het de tijd is.” Markus 13:33 

Laat de dag dat Jezus terugkomt u niet plotseling overvallen
Ziet toe, dat gij u niet laat verleiden. Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben het, en: De tijd is nabij. Gaat hen niet achterna.” Lukas 21:8

Geloof, hoop en liefde: de meeste is liefde:

“Ziet toe, dat niemand kwaad met kwaad vergelde, maar jaagt te allen tijde het goede na, jegens elkander en jegens allen.” 1 Thessalonissenzen 5:15

Help anderen, zo help je jezelf! Meen niet dat je meer of beter bent, allen hebben nood aan Jezus.
“Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen. Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de wet van Christus vervullen.” Galaten 6:1-2

Helpen: sterken, iemand maken tot wat hij hoort te zijn
Verdragen: dulden, ondergaan
Moeilijkheid: een juk, een last dat iemand draagt.

“Verdraagt elkander en vergeeft elkander” Kolossensen 3:13 

Vergeven: niet toerekenen, welwillend zijn

Schep een band van vriendschap:

“Weest gastvrij jegens elkander” 1 Petrus 4:9 
>Stel je levens en harten voor elkaar open, niet enkel op zondag.

“Spreekt geen kwaad van elkander” Jakobus 4:11 
>maak geen onderscheid onder elkaar
>laat u niet leiden door verkeerde overwegingen

“Liegt niet meer tegen elkander” Kolossensen 3:9 
>een goede basis om te leren vertrouwen
>zijt elkaar niet tot aanstoot of ergernis

“Want, gelijk wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden niet alle dezelfde werkzaamheden hebben, zo zijn wij, hoewel velen, een lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander.” Romeinen 12:4-5

God brengt ons in Zijn familie:

* we hebben allemaal een verantwoordelijkheid voor elkaar
* we hebben allemaal een verantwoordelijkheid voor de waarheid
> geen werkloze leden

De werking van God leert ons:
Elkaar op te bouwen: goede eigenschappen benadrukken
Leven in vrede: op zoek gaan naar wegen om vreedzaam te leven met anderen
Vermanen: iemand aanzetten tot het goede
De lafhartigen aanmoedigen: zij die het geloof dreigen te verliezen op Gods belofte attent maken
De zwakken helpen: door hen lief te hebben en door voor hen te bidden
Geduldig te zijn: geduldig in alle rust wachten op God
Wraak te weerstaan: goeddoen en de wraak aan God laten
Altijd verheugd te zijn: God heeft alles onder controle
Bidden zonder ophouden: God is altijd met ons, praat met Hem, Hij luistert
Dankbaar zijn: God danken voor alles, omdat alles meewerkt ten goed voor de gelovigen
Afstand te nemen van alle kwaad: situaties die ons in verleiding kunnen brengen mijden we
Rekenen op Gods hulp: we leven niet uit onze eigen kracht, maar uit Gods kracht

Openbaring 22:11-15

Hoe kunnen we hier deel aan hebben?

Geloof dat Jezus de Zoon van God is en geloof het evangelie Johannes 8:24 – Markus 1:15
Bekeer u van je zonden en keer je tot God Handelingen 17:30 – 2 Timoteus 2:26
Belijdt je geloof in Jezus Romeinen 10:9-10
Laat je dopen tot vergeving van je zonden Handelingen 2:38


Vorige