|
In de
vorige les (goede mensen kunnen oprecht verkeerd zijn en verloren gaan)
zagen we dat mensen die ‘ja zeggen en nee bedoelen’ en ‘nee zeggen
en ja bedoelen’ ongeloofwaardig en onbetrouwbaar zijn.
God daarentegen handelt naar waarheid en recht, volbracht in waarheid en
oprechtheid (Psalm 111:7-8). Van Jezus werd gezegd dat Hij rechtuit
sprak en in waarheid Gods wegen leerde (Luk 20:21).
I Praktische
voorbeelden
Wanneer we naar een paard kijken:
- groot, sterk en majestueus beest
- in vergelijking met de mens is het paard groter en sterker
- toch kan een mens het hele paard besturen door het een toom in de bek
te leggen
Wanneer we naar een schip kijken:
- hoe groot het hele
schip is en hoe sterk de winden zijn die haar voortdrijven
- toch kan het kleine roer het hele schip sturen
- waar het wil en naar goeddunken van de stuurman
Wanneer we over bosbranden horen:
- een klein vuurtje kan een heel bos in brand steken en verwoesten
- vb bosbranden in Californië, vaak is het kwaad opzet door 1 individu,
met verstrekkende gevolgen
- vele hectaren bos, huizen en gezinnen worden verwoest door dat ene
kleine vuurtje
- in vele gevallen kan het vuur niet meer worden gestopt
Wanneer we naar een slang kijken:
- als er een slang met dodelijk gif onder je stoel zat, wat zou je dan
doen?
- zou je het niet in de gaten houden en er afstand van nemen opdat je
niet gebeten wordt?
Wanneer we van een bron proeven:
- een bron is ofwel goed ofwel slecht
- een bron kan van nature niet tegelijk zoet en bitter water opwellen,
dat is onmogelijk
- wanneer je een emmer water neemt van een zoete bron, wat verwacht je
dan dat erin zit?
- als je een nieuwe emmer water neemt van diezelfde bron, wat zou er dan
in zitten? Iets anders?
Wanneer we een olijfboom met een
vijgeboom vergelijken:
- kan een olijfboom vijgen opleveren, of een vijgeboom olijven? Dat is
onmogelijk
- welke vruchten verwachten wij op een olijfboom, welke op een
vijgeboom?
II De zonden van
de tong (Jac 3:1-12)
“Met haar loven wij de Here en Vader en met
haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis Gods geschapen
zijn: uit dezelfde mond komt zegening en vervloeking voort. Dit moet,
mijn broeders, niet zo zijn” Jac 3:9-10.
De mens die in staat is zijn tong te bedwingen is een volmaakt mens. De
tong is het moeilijkste lichaamsdeel voor een mens om te bedwingen. De
tong is zeer krachtig in invloedrijk en wanneer misbruikt kan het grote
schade aanrichten.
Denk maar aan roddel, leugens, aan dingen zeggen die niet moeten worden
gezegd. Hele gezinnen, gemeenten en individuen worden erdoor vernietigd.
Wanneer de woorden eruit zijn, kan je ze niet meer terugnemen, het kwaad
is geschied. Je kan je wel verontschuldigen, vergeving vragen, maar de
woorden kan je niet meer uitwissen.
“Er zijn er, wier gepraat werkt als
dolksteken, maar de tong der wijzen brengt genezing aan” Spr
12:18.
“De tong der wijzen brengt degelijke kennis
voort, maar de mond der zotten stort dwaasheid uit” Spr 15:2.
Om God te loven met onze tong is de beste manier om haar te gebruiken,
maar wanneer we met diezelfde tong het slechte toewensen aan onze naaste
en hem bedriegen dan zijn we hyporcrieten.
Wanneer ik de mens vervloek, die door God en naar het beeld van God is
geschapen (Gen 1:26-27), dan doen we dit aan God.
“Wie de behoeftige verdrukt, smaadt diens
Maker; maar wie zich over de arme ontfermt, eert Hem” Spreuken
14:31.
Denk eens aan deze woorden wanneer je lacht met een gehandicapte,
wanneer je lacht met een arme sukkelaar, wanneer je lacht met een
gebrekkige, wanneer je lacht … met God!
We moeten onze tong bedwingen, waar we ook zijn. Maar niet alleen
bedwingen, we moeten onze tong temmen. We moeten alert zijn voor het
dodelijke gif van onze tong en er afstand van nemen. Het is niet
natuurlijk dat uit de mond van een christen zowel zegeningen als
vervloekingen voortkomen. Als je je tong door de week niet kan
bedwingen, dan zal de aanbidding met je tong op zondag bezoedeld en
waardeloos zijn.
III Waarom
zondigen mensen met hun tong?
Psalm 62:4-5.
a) Als een vorm van vermaak:
- denk aan de roddelbladen
- denk aan de moppen
- denk aan het kwaadspreken in de familie, op het werk, … .
b) Uit tijdverdrijf:
sommige mensen hebben niet meer te doen, dan het spreken van kwade en
slechte dingen. Vgl 1 Tim 5:11-15.
c) Om zichzelf op te bouwen:
- veel mensen vinden het nodig om zichzelf te verhogen door anderen te
vernederen.
- “Een ander roeme u, en niet uw eigen
mond, een vreemde, en niet uw eigen lippen” Spr 27:2.
d) om problemen te veroorzaken
- sommigen hebben er gewoon plezier in om het anderen moeilijk te maken
- Spr 26:17-26.
IV Conclusie
“Bewaar uw tong voor het kwade en uw lippen
voor het spreken van bedrog” Psalm 34:14.
“Uw spreken zij te allen tijde aangenaam”
Kol 4:6.
Gebruik je tong om:
- het evangelie te verkondigen (Mark 16:15-16)
- elkander aan te vuren om rechtvaardig en trouw aan God te leven (Hebr
3:13)
- God te danken en te loven (Kol 3:17)
Clement
van Alexandrië, een christen die leefde tussen 150-215 na Christus zei
het volgende: “de mens die een beproefd karakter heeft en die
toegewijd aan is aan God, geeft zich absoluut niet over aan liegen en
zweren. … Om het toch te doen zou gelijkstaan aan het benadelen van
God. … Een andere reden waarom hij liegen en zweren zal vermijden is
opdat hij zijn naaste niet zou kwetsen. Want hij heeft geleerd om zijn
naaste lief te hebben. En tot zijn naaste behoren ook zij die niet tot
zijn intieme vriendenkring behoren. Tenslotte, owv zichzelf zal hij het
liegen en zal hij het breken van een eed vermijden. Want hij zal
voorzeker zichzelf niet willen benadelen. … Tegelijkertijd zal zijn
leven zo worden geleefd dat buitenstaanders volledig vertrouwen in hem
hebben. Het resultaat hiervan is dat ongelovigen het niet nodig zullen
achten om de mens Gods te vragen een eed af te leggen. … Hij weet dat
God overal is. Hij is niet beangstigd om de waarheid te spreken en weet
ook dat het onwaardig voor hem is om te liegen. Daarom liegt hij niet
…” (Uit het engels vertaald van het boek ‘the one who knows
God’, pag 99,100).
Vorige
|