I Zacharias en Elisabeth (Luk 1:5-24)
-
beiden waren rechtvaardig voor God en leefden onberispelijk naar
alle geboden en eisen van de Here (Luk 1:6)
Zacharia en Elisabeth hadden 2 problemen
- ze hadden geen kinderen omdat Elisabeth onvruchtbaar was (Luk 1:7)
- ze waren beiden op hoge leeftijd gekomen
Elisabeth ging zwaar gebukt onder het feit dat ze geen kinderen kon
krijgen, zo blijkt uit haar woorden "Aldus heeft de Here aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij nederzag om mijn smaad onder de mensen weg te
nemen" Luk 1:25. Ze had de naam "onvruchtbaar"
gekregen (Luk 1:36).
Dit was een vreselijke kwelling voor een gelovige Joodse vrouw, want
Joodse vrouwen wilden kinderen krijgen omdat ze vruchtbaarheid als een
grote zegen van God zagen (vgl 1 Tim 2:11-15).
Probeer
je in te beelden wat voor een kwelling dit voor haar moet zijn geweest
dag na dag.
- telkens wanneer zij kinderen zag
- telkens wanneer zij met de andere vrouwen die kinderen hadden,
sprak
- telkens wanneer deze wens in haar hart naar boven kwam
- telkens wanneer ze zag dat anderen God niet zo gedienstig waren als
zijzelf was en dezen toch kinderen kregen
- telkens wanneer ze geconfronteerd werd met haar leeftijd, gezien ze al
op leeftijd was gekomen
- telkens wanneer ze nadacht over het feit dat de familielijn niet zou
worden verdergezet
Toch lezen we van haar dat ze rechtvaardig voor God was en onberispelijk
naar alle geboden en eisen van de Here wandelde. Ze ging God niet de
schuld geven van haar gemis, van haar smaad (di schande).
Kinderloosheid was onder de wet van Mozes soms ook een straf van God
wegens ongeoorloofd sexueel contact (Lev 20:20-21 vgl Gen 30:22-23).
Het feit blijft dat Elisabeth zwaar gestigmatiseerd was door het feit
dat ze kinderloos was.
Zacharia verrichte op zijn beurt de tempeldienst en gaat de tempel
binnen om een reukoffer te brengen terwijl het volk buiten wacht (Luk
1:8-10).
Een engel verscheen hem en zeide "Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes geven.
En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden.
Want hij zal groot zijn voor de Here en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot zijner moeder aan,
en velen der kinderen Israels zal hij bekeren tot de Here, hun God"
Luk 1:13-16.
Zacharias' reactie op het nieuws van de engel:
Luk 1:18-20
"waaraan zal ik dit weten? Want ik ben een
oud man en mijn vrouw is op hoge leeftijd gekomen"
Toen God zijn gebeden verhoorde was hetgeen God voor hem en Elisabeth te
wonderlijk voor zijn oren.
God had zijn gebed verhoort!
Ondanks het feit dat alle omstandigheden zeiden 'dit
kan niet meer', was Zacharias blijven bidden tot de Here. Hij was trouw
en geduldig gebleven, ook in moeilijke omstandigheden.
- Zacharias was blijven bidden voor zijn vrouw, hij bleef haar steunen
in haar moeiten.
- Hij zei niet tegen haar 'het moet nu maar eens gedaan zijn met uw
gezeur over een kind, het gaat niet en daarmee uit'
- Mannen, herkennen we dit, zijn we gevoelig of ongevoelig voor de noden
van onze vrouwen?
God gaf hen niet alleen een zoon, God gaf hen zoon die groot en sterk
voor de Here zou zijn, een man die een profeet van de Allerhoogste zou
heten en die de weg voor de komst van de de Here zou bereiden (Luk
1:76-77).
II Maria (Luk
1:26-38)
In
de zesde maand van Elisabeth's zwangerschap verscheen de engel Gabriël
ook aan Maria.
Luk 1:26-36.
De engel zei "Want geen woord, dat van God komt, zal krachteloos wezen.
En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar
heen" Luk 1:37-38.
Maria zat in een bijzonder moeilijke situatie:
- de schaamte die er zou komen als zij zwanger zou zijn en daarbij te
beweren dat ze niet bij een man is geweest
- de schaamte van een ongetrouwde moeder te zijn
-
Jozef aan wie zij ondertrouwd was, die zou weten dat het kind niet van
hem was
- de beschuldiging die ze zou krijgen van overspel, waar zelfs de
doodstraf op stond (Deut 22:13-21)
Maar dit alles wetende zei ze "Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw
woord".
- zij wilde de Here dienen en vertrouwde het Woord des Heren
- ze vertrouwde erop dat God zou voorzien
- niet wetende wat de toekomst brengen zou en niet beseffende wat de
volle inpact zou zijn van de Zoon die zij zou baren, geloofde ze het
Woord van de Here
Uit Luk 2:23-24 leren we dat Maria arm was (vgl Lev 12:6-8)
Er is veel wat we niet weten:
- hoe God mijn leven gaat gebruiken
- wanneer en hoe ik kom te sterven
- wat er mij staat te wachten (ziekte, verlies van dierbaren,
relationele problemen, ...)
III Maria's lofzang,
het antwoord voor ons
Maria gaat naar Elisabeth (Luk 1:39-45)
Haar lofzang (Luk 1:47-54)
- ze noemde God haar Heiland, wat ons laat zien dat ze erkende dat ze
God nodig had en niet zonder Hem kon (1:47)
- ze zag haarzelf als een dienares van de Here, wat God op haar pad zou
brengen zou voor haar goed zijn (1:47)
- ze wist dat God barmhartig is voor hen die Hem vrezen, di zij die God
eren en in overeenstemming met Zijn Wil leven (1:50)
- ze wist dat God's arm krachtige werken kan doen (1:51)
- ze wist dat God machtigen van de troon stoot en eenvoudigen verhoogt
(1:52)
- ze wist dat God zowel de geestelijke als de lichamelijke honger
vervult en dat Hij de rijken ledig wegzendt (1:53)
IV Conclusie
Er is veel wat we niet weten in het leven, maar wat we moeten weten is
ons gegeven zodat we uitgerust zijn om alle omstandigheden in het leven
tegemoet te gaan.
2 Petr 1:3-4
"De Joden dan verbaasden zich en zeiden: Hoe is deze zo geleerd zonder onderricht te hebben ontvangen?
Jezus antwoordde hun en zeide: Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem, die Mij gezonden heeft;
indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf
spreek" Joh 7:15-17.
God handelt naar Zijn beloften ons gegeven in Jezus Christus. Groot was
de zegen die God gaf aan Zacharias, Elizabeth en Maria.
Wil jij net als hen grote zegen van God ontvangen? Leer dan van hun
voorbeeld en vertrouw op Gods beloften. Volg Jezus Zijn raad op wanneer
Hij zegt "indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God
komt".
Amen.
Vorige