|
Er
was een rechter in een stad
Mozes had in alle steden rechters aangesteld (Exodus 18:14-26)
Zij moesten rechtvaardige rechtspraak hanteren (Deut 16:18-20)
a) recht niet buigen (Jes
5:20-21)
b) niet handelen met aanzien des persoons
- Doch
indien gij met aanzien des persoons handelt, doet gij zonde en wordt gij
door de wet overtuigd van overtreding Jak 2:9)
- Gij zult bij het
rechtspreken geen onrecht doen; gij zult de arme niet begunstigen en de
aanzienlijke niet voortrekken: op rechtvaardige wijze zult gij uw naaste
berechten Lev 19:15.
- de onaanzienlijke evenveel
horen als de aanzienlijke en voor niemand vrezen (Deut 1:16-17)
c) geen geschenken aannemen want
een geschenk verblindt de ogen der wijzen en verdraait de woorden der
onschuldigen
Vgl 2 Kron 19:6-10
De wet schreef voor dat rechters:
Ex 23:1-9
De
onrechtvaardige rechter en de weduwe (Lukas 18:1-8)
De rechter (2):
had een voorbeeldfunctie en stond aan de top van de maatschappij
maar hij bekommerde zich niet om God (di geen vrees en eerbied, hij
vreesde niet wat God hem zou kunnen aandoen)
stoorde zich niet aan een mens
hij handelde tegen alle voorschriften van de wet in
De weduwe (3):
had een zwaar leven en stond aan de bodem van de maatschappij
kwam tot de rechter omdat ze wilde dat haar recht werd verschaft
ze gaf niet op en bleef aandringen bij de onrechtvaardige rechter
vgl zeurende kinderen in de winkel
Weduwen werden door God in bescherming genomen omdat zij zeer kwetsbaar
waren:
Ex 22:21-24
Want de Here, uw God, is de God der goden
en de Here der heren, de grote, sterke en vreselijke God, die geen
partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt; die wees en weduwe recht
doet en de vreemdeling liefde bewijst door hem brood en kleding te geven
Deut 10:17-18 (vgl Deut 27:19).
Weduwen hadden geen invloed en daarom kon deze weduwe weinig verwachten
van deze onrechtvaardige rechter.
Het enige wat ze kon doen was de rechter smeken om recht te spreken over
het onrecht dat haar was aangedaan.
De rechter wilde een tijdlang
niet luisteren (4-5)
Telkens wanneer zij tot hem kwam wees hij haar af
Maar omdat ze bleef aandringen dacht hij bij zichzelf:
- ook al bekommer ik mij niet om God
- en stoor ik mij niet aan de mens
- toch zal ik, omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht
verschaffen
- anders zou ze mij nog wel eens in het gezicht komen slaan
Hij besloot haar recht te geven omdat hij van haar gezeur af wilde zijn
- zelfzuchtig
- niet om harentwil
- noch om recht te spreken
- maar om van haar af te zijn
En de Here zeide (6-8)
Hoort gij wat de onrechtvaardige rechter zegt?
Jezus wilde dat zijn toehoorders hun aandacht vestigen op wat de
onrechtvaardige rechter besloot te doen.
En dit omdat de weduwe niet had opgegeven te vragen.
Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht
verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten?
Luk 18:7.
Gij
echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een
heilige natie, een volk Gode ten eigendom
1 Petr 2:9.
God is rechtvaardig, heilig en barmhartig, daarom is het onmogelijk dat
God Zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen, laat wachten.
Als zo een onrechtvaardige rechter recht verschaft, hoeveel te meer zal
de Rechtvaardige Rechter dit dan niet doen?
Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal
verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof
vinden op aarde? Luk 18:8.
Als we weten dat God van ons houdt, dan moeten we ook weten dat God ons
hoort.
Conclusie:
Jezus sprak deze gelijkenis om de mensen duidelijk te maken dat men
altijd moet bidden en niet verslappen.
Wanneer het leven moeiten en zware tijden met zich meebrengt, verslap
dan niet!
Verblijdt u te allen tijde, bidt zonder
ophouden, dankt onder alles, want dat is de wil Gods in Christus Jezus
ten opzichte van u 1 Tess 5:16-18.
Ef 6:13-20 !!!
Zal Jezus het geloof vinden bij jou wanneer hij terugkomt?
Vorige
|