|
Door
de jaren heen heeft verdeeldheid zich ontwikkeld binnen het christendom
en deze verdeeldheid wordt in stand gehouden door het schrijven van
geloofsbelijdenissen en het vormen van denominaties. Het resultaat
hiervan is dat er nu onder hen die beweren volgelingen van Jezus te
zijn, vele lichamen (denominaties), vele heren (godsdienstige leiders),
vele geloven (belijdenissen) en vele dopen zijn. Jezus was één met de Vader Wanneer mensen die in Jezus geloven deze woorden lezen, dan ontstaat er een verlangen om vrede te hebben met hen die ook in Jezus geloven opdat men op een goede wijze met elkaar zou kunnen omgaan. “Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met wijsheid, en de genade Gods was op Hem” Lukas 2:40. “Ik kan van Mijzelf niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet mijn wil, doch de wil van Hem, die Mij gezonden heeft” Johannes 5:30. “Want Ik ben van de hemel nedergedaald, niet om mijn wil te doen, maar de wil van Hem, die Mij gezonden heeft” Johannes 6:38. De verdeeldheid in Jezus’ tijd De wereld waarin Jezus geboren werd, was een wereld van godsdienstige verdeeldheid. Er waren verschillende Joodse sekten. Hoe ging Jezus hier mee om? a) de Sadduceën (de rechtvaardigen) Zij leverden de hogepriesters en de meeste leden van het Sanhedrin waren Sadduceërs (Handelingen 5:17-18; 4:1-3) Zij controleerden de tempel, zij waren ijverig voor Gods huis.. - zij geloofden niet in een opstanding van de doden (Matteus 22:23), noch in engelen of in de onsterfelijkheid van de geest na de dood (Handelingen 23:8), zij ontkenden dat wat de Schrift leerde (Lukas 20:27) en dachten dat een moeilijk voorbeeld hen in het gelijkstelde (Matteus 22:24-28). - Jezus zei hen “Gij dwaalt, want gij kent de Schriften niet noch de kracht Gods” Matteus 22:29. Dwalen: van de waarheid afvallen, tot zonde worden gebracht Kennen: begrijpen, inzien, weten welk een kracht God heeft - Jezus had de Sadduceën tot zwijgen gebracht (Matteus 22:34) Voegde Jezus zich bij hen omdat zij ook in God geloofden? Zocht Jezus misschien toenadering om met hen samen te werken? Waarom niet? b) de Farizeën (de afgezonderden) Werden beschouwd als de meest nauwkeurige navolgers van het Jodendom. - zij geloofden wel in de opstanding van de doden, in het bestaan van engelen en in de onsterfelijkheid van de geest. Hoe ging Jezus met hen om? - de Farizeën vragen Jezus waarom Zijn discipelen zich niet houden aan de overleveringen van de voorvaderen omdat dezen hun handen niet wasten voor het eten (Matteus 15:2) - Jezus zei hen “Waarom overtreedt ook gij ter wille van uw overlevering zelfs het gebod Gods ?” Matteus 15:3. Matteus 15:6-14. - Hij zei hen dat ze het Woord van God van kracht hadden beroofd omwille van hun overleveringen, zij leerden dingen die God nooit had geleerd, zij gingen verder dan de Schrift. - Hij zei hen dat ze huichelden, di iemand die toneel speelt. - hun eren van God was tevergeefs omdat ze leringen leerden die geboden van mensen zijn. - Jezus zei dat zij zouden uitgeroeid worden, omdat de Vader hen niet had geplant - Hij zei om hen te laten gaan, omdat zij blinden zijn die blinden leiden. Voegde Jezus zich bij hen omdat zij ook in God, de opstanding, engelen en de onsterfelijkheid van de ziel geloofden? Zocht Jezus misschien toenadering om met hen samen te werken? Waarom niet? c) de Herodianen - een Joodse politieke partij die sympathie hadden voor de Herodiaanse gezaghebbers De familie Herodes zat op de troon van Israel omdat de Romeinse keizer hem deze macht had gegeven, niet omdat het Joodse volk hem daar wilde. Jezus noemt Herodes Antipas een vos (Lukas 13:32), wat laat zien dat hij een zeer sluw mens was. Herodianen waren voorstanders van onderwerping aan de bezetter. - Zij vragen aan Jezus als het geoorloofd is om de keizer belasting te betalen (Matteus 22:16) - Jezus doorziet hun valsheid en zegt “Wat verzoekt gij Mij, huichelaars? Toont Mij het geldstuk voor de belasting … Geeft dan de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is” Matteus 22:19,22) Voegde Jezus zich bij hen omdat zij ook in God geloofden? Zocht Jezus misschien toenadering om met hen samen te werken? Waarom niet? d) de Zeloten - een groep Joden die zich strikt hielden aan de wet van Mozes, zij probeerden elke overtreding tegen te gaan, desnoods met gebruik van geweld - gebruikten bij momenten hun heilige ijver als een dekmantel voor de laagste misdaden. Eén van Jezus’ eigen discipelen was een Zeloot geweest (Lukas 6:15). Josephus zei dat dezen zo werden genoemd “omdat zij beweerden meer te zijn dan de alledaagse ijver om God te dienen, en toch deden zij de meest vreselijk daden”. Voegde Jezus zich bij hen omdat zij ook in God geloofden? Zocht Jezus misschien toenadering om met hen samen te werken? Waarom niet? e) de Essenen Een Joodse sekte die zuiverheid nastreefde (men zegt dat ze de inwoners van Qumram waren die de Dode Zeerollen hebben geschreven). Zij hadden zich onttrokken van Jeruzalem en de tempeldienst. Zij beschouwden zich als het overblijfsel van het ware Israel. Zij verachtten rijkdom, hadden geen slaven en dreven geen handel. Ze hadden alles gemeenschappelijk en om er bij te komen moest je zweren om het kwade te haten en de waarheid lief te hebben, om niks te verbergen voor de gemeenschap en om niks bekend te maken aan buitenstaanders (bron: Tyndale Bible Dictionary). Voegde Jezus zich bij hen omdat zij ook in God geloofden? Zocht Jezus misschien toenadering om met hen samen te werken? Waarom niet? Hoe Jezus met verdeeldheid, deze godsdienstige verwarring omging Jezus ondernam geen stappen om de Joodse sekten samen te brengen tot één groot lichaam. Hij bad dat gelovigen zich met Hem en de Vader zouden verenigen. Zijn woorden waren er juist op gericht om mensen te doen wegkeren van leringen en tradities van mensen tot het eenvoudige Woord van God. Al deze Joodse sekten beweerden: - in de God van Abraham, Isaak en Jakob te geloven. - in de Schrift te geloven Jezus had op meerdere punten dezelfde overtuigingen, maar: - Jezus voegde Zich geen enkele van de Joodse sekten, hoewel hij op sommige punten hetzelfde geloofde. - Jezus zocht geen omgang met hen, maar waarschuwde de mensen voor hen. - Jezus behield eenheid met de Vader door Zich te onderwerpen aan Zijn Wil. Jezus twijfelde ook niet om de sekten bij naam te noemen: “Ziet toe en wacht u voor de zuurdesem der Farizeeen en Sadduceeen” Matteus 16:6. “En Hij gebood hun, zeggende: Ziet toe, wacht u voor de zuurdesem der Farizeeen en de zuurdesem van Herodes” Markus 8:15. Ziet toe: uitkijk uit, letten op Wacht u: aandacht schenken aan Zuurdeeg: verderfelijke invloed (een weinig zuurdeeg maakt het gehele deeg zuur, Matteus 13:33) “Toen zagen zij in, dat Hij hun niet gezegd had zich te wachten voor de zuurdesem der broden, maar voor de leer der Farizeeen en Sadduceeen” Matteus 16:12. Er is maar één God en maar één Lichaam De toestand is vandaag niet anders, er zijn vele verschillende kerken met vele verschillende leren. Sommige mensen zeggen dat je niet een kind van God kan zijn als je je niet voegt bij één of andere denominatie. Maar net als in Jezus’ dagen zijn de denominaties gesticht door mensen en gebaseerd op menselijke leringen. “Hoor, Israel: de Here is onze God; de Here is een! Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht” Deuteronomium 6:4-5. Net zozeer als Israel moest geloven dat er maar één God is, is er ook maar één Lichaam. “een lichaam en een Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, een Here, een geloof, een doop, een God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.” Efeziërs 4:4-6. “en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden; opdat hij in allen dele de eerste plaats zou innemen” Kolossenzen 1:18. Zij die tot een ander Lichaam (denominatie) behoren, behoren niet tot het Lichaam van Christus, evenmin als de Joodse sekten werden aanvaard. Jullie zijn onverdraagzaam Het is zondig om eenheid in verdeeldheid te zoeken. Dit is niet alleen een probleem naar de vele denominaties toe, dit is ook een probleem binnen het lichaam van Christus. Velen hebben omgang met elkaar hoewel dwalingen worden verkondigd en zonde wordt beoefend. - Goddelozen zullen verwachten dat je verdraagzaam bent tov zonden. - Als christen laten wij God bepalen wat we mogen verdragen en wat niet. - Goddelozen tonen onverdraagzaamheid naar mensen die met God willen leven. “maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus” Efeziërs 4:15. “zich houdende aan het betrouwbare woord naar de leer, zodat hij ook in staat is te vermanen op grond van de gezonde leer en de tegensprekers te weerleggen” Titus 1:9. Conclusie Eenheid kan er niet zijn zonder het geloven en navolgen van Gods Wil. Sommigen willen elkaar gewoon liefhebben ondanks de verdeeldheid die er is, maar dat is geen eenheid dan alleen een eenheid in de zonde. Wanneer wij dezelfde instructies gehoorzamen die Petrus gaf op de pinksterdag, ons bekeren van onze zonden en ons laten dopen in de naam van Jezus, dan zullen ook wij behouden worden. Wanneer we dan behouden worden, voegt de Here ons toe tot Zijn gemeente net zoals Hij dat met hun deed. Zij voegden zich niet bij een godsdienstige organisatie, en evenmin moeten wij dat doen. In Christus zijn we verenigd met alle anderen die in Hem zijn. Als
leden van de gemeente van de Here moeten we dan de Nieuwtestamentisce
beschrijving van die gemeente zorgvuldig bestuderen. Dit vinden we terug
in het boek Handelingen en in de brieven die daarop volgen. Gezien de
apostelen door de Heilige Geest werden geleid, kunnen we er zeker van
zijn dat de gemeenten onder hun instructies er zo uitzagen als Jezus het
wilde. Als we deze vroege gemeenten nabootsen, dan zal de Here ook
tevreden zijn met ons. |