Wanneer ongeregelden anderen willen onderwijzen


Het probleem: mogen wij mensen die blijven hervallen in zonden en daarbij het nodig vinden om anderen raad en onderricht te geven over God, zeggen dat ze zich daarvan moeten onthouden?

Maar wij bevelen u, broeders, in de naam van de Here Jezus Christus, dat gij u onttrekt aan elke broeder, die zich ongeregeld gedraagt, in strijd met de overlevering, die gij van ons ontvangen hebt. Gij weet immers zelf, hoe ons voorbeeld behoort gevolgd te worden, daar wij bij u niet van de regel afgeweken zijn” 2 Tessalonissenzen 3:6-7.
Ongeregelden: zij die zich niet naar de regel van het evangelie gedragen
Iemand die vermaant moet kunnen zeggen, kijk naar mijn voorbeeld.

Er zijn soms broeders en zusters die graag anderen willen onderwijzen over God en het nodig vinden om anderen te vermanen terwijl ze zelf een slecht voorbeeld geven in hun leven. Als we anderen willen prediken en er zelf niet naar handelen dan zijn we verwerpelijk (Romeinen 2:17-24).
Zouden onze woorden inhoud hebben als we zelf niet handelen naar hetgeen we anderen willen leren? Nee, integendeel, door onze schuld wordt dan Gods Naam gelasterd.

Zij brachten geen vruchten voort die aan de bekering beantwoordden en wilden toch anderen leren

Ongeregelden die toch willen leren en raad geven, zijn in bepaalde mate zoals de Farizeën die het vaak goed zeiden, maar zelf niet deden naar hetgeen ze zeiden.

Jezus zei over de Farizeën “De schriftgeleerden en de Farizeeen hebben zich gezet op de stoel van Mozes. Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel, maar doen het niet” Matteus 23:2-3. Het waren dezen waartegen Johannes zei “Brengt dan vruchten voort, die aan de bekering beantwoorden … Ook ligt reeds de bijl aan de wortel der bomen. Iedere boom dan, die geen goede vruchten voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen” Lukas 3:8-9.
Wij mogen dus van elkaar verwachten, dat indien wij ons herhaaldelijk hebben bekeerd van ongeregeld gedrag, dat er goede vruchten zichtbaar worden. Aan de vruchten kunnen wij toetsen of de bekering oprecht was of niet.

Paulus is duidelijk wanneer hij tegen Timoteus zegt:
en wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan vertrouwde mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderrichten” 2 Timoteus 2:2.
Trouw, betrouwbaar
1a) van personen die zich trouw getoond hebben in het afhandelen van zaken, het uitvoeren van bevelen, of het uitoefenen van officiële plichten
1b) iemand die zijn gegeven woord gehouden heeft, vertrouwenswaardig
1c) waarop vertrouwd kan worden

Vooraleer christenen anderen willen onderwijzen moeten zij eerst een patroon hebben laten zien van betrouwbaarheid. Zij die blijven hervallen in zonden, laten daardoor juist zien dat ze niet betrouwbaar zijn.

De toestand in Korinthe

Ik heb hen, die vroeger in zonde geleefd hebben, en al de overigen vooraf gewaarschuwd en waarschuw hen nog, evenals toen ik de tweede maal bij u was thans uit de verte, dat ik, als ik nog eens kom, niets zal ontzien …
Stelt uzelf op de proef, of gij wel in het geloof zijt, onderzoekt uzelf. Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is? Want anders zijt gij verwerpelijk.… Hierom schrijf ik dit uit de verte, om bij mijn komst niet streng te moeten optreden naar de bevoegdheid, die de Here mij heeft gegeven om op te bouwen en niet om af te breken” 2 Korintiërs 13:2, 10.
Zij die de zonden niet nalaten zouden niet worden ontzien.
Zij moesten zichzelf op de proef stellen.
Maar wanneer Paulus tot hen kwam zou hij het niet nalaten om streng op te treden tegen hen die in zonden blijven wandelen.

Eerder had Paulus gezegd “Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil, maar de droefheid der wereld brengt de dood. Want zie toch, wat juist deze ervaring van droefheid naar Gods wil u gebracht heeft: welk een ernst, meer nog, verontschuldiging, verontwaardiging, vrees, verlangen, ijver, bestraffing. Gij hebt in allen dele doen blijken, dat gij zuiver stondt in deze zaak” 2 Korintiërs 7:10-11.

2 Korintiërs 10:3-6.

Hoe komt het dat mensen blijven hervallen in zonden?

Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet onder de wet, maar onder de genade zijn? Volstrekt niet! Weet gij niet, dat gij hem, in wiens dienst gij u stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook moet gehoorzamen als slaven, hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?  Maar Gode zij dank: gij waart slaven der zonde, doch gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die u overgeleverd is; en, vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid. Ik zeg dit van menselijk standpunt om de zwakheid van uw vlees. Want gelijk gij uw leden gesteld hebt ten dienste van de onreinheid en van de wetteloosheid tot wetteloosheid, zo stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging” Romeinen 6:15-19.

Zij stellen zich niet in de dienst van de heiliging, maar in dienst van de zonde. Ze blijven niet in de waarheid die hen kan vrijmaken, zij zijn slaven van de zonden omdat ze de zonde doen (Johannes 8:30-36).

Wanneer mensen blijven hervallen in dezelfde zonden dan lasteren zij de kracht Gods.
Vrees niet, gij wormpje Jakob, gij volkje Israel! Ik ben het, die u help, luidt het woord des Heren, en uw Verlosser is de Heilige Israels” Jesaja 41:14.

Hebreën 6:1-3; 12:3-4.

Zo kunnen ook wij door onze wandel de oorzaak van godslastering zijn (2 Petrus 2:1-2).

Wij moeten elkaar op de proef stellen!

Paulus verwachtte dat Timoteus liet zien dat hij vooruitging (1 Timoteus 4:12-16).
Behartigen: zorg dragen voor, zich bezig houden met, in toepassing brengen
Bekend: openbaar, d.w.z. kan duidelijk herkend en gekend worden
Vooruitgang: vordering

Timoteus was niet ongeregeld en toch moest hij door zijn leven heen laten zien dat hij vooruitging. Hoeveel te meer hen, die vlug zijn om anderen raad te geven terwijl ze zelf blijven hervallen in ongeregeld gedrag. Zij die het Woord niet in de praktijk kunnen omzetten zijn babies in het geloof en moeten zich aan de beginselen van het geloof houden ipv leraar te willen zijn. Zij zijn vleselijk, onmondig in Christus (1 Korintiërs 3:1-3).

Hen die zich ongeregeld gedragen moeten in het oog worden gehouden (Romeinen 16:17)
In het oog houden: ergens naar kijken, beschouwen, bekijken; bemerken; zijn ogen vestigen op, zijn aandacht richten op; kijken naar, letten op, bedacht zijn op
- ja maar, je behandelt mij strenger dan anderen …

Indien gij dus niet getrouw geweest zijt ten aanzien van de onrechtvaardige Mammon, wie zal u dan het ware goed toevertrouwen?  En indien gij niet getrouw geweest zijt ten aanzien van het goed van een ander, wie zal u het onze geven?” Lukas 16:11-12.

Conclusie

Het voorbeeld van ouderlingen en diakenen (1 Timoteus 3:1-13).
Hoe kan het zijn dat iemand die herhaaldelijk ongeregeld is vrijmoedigheid ervaart om anderen raad te geven, wanneer ouderlingen en diakenen daar een heel godsdienstig leven voor moeten tegenoverstellen?

De naam van God en de leer wordt gesmaad wanneer een ongeregelden anderen wil onderwijzen (1 Timoteus 6:1-5).


Vorige