Deel 10: Archeologie en de Bijbel

 

Archeologie is de studie van wat achtergelaten werd door mensen die in het verleden geleefd hebben. Het woord Archeologie betekent 'studie van het begin.' Geologie gelijkt op Archeologie omdat het ook het verleden bestudeert en ook gepaard gaat met opgravingen. Maar Geologie is verschillend, omdat het rotsen en mineralen bestudeert en zich bezighoudt met de geschiedenis van de grondlagen. Archeologie interesseert zich voor zaken zoals gebakken aardewerk en gebouwen en helpt ons de geschiedenis van mensen van vroeger te verstaan. 
Als studie is Archeologie recenter dan de meeste wetenschappen. Men is er pas 200 jaar geleden mee begonnen. Archeologie is beperkt, omdat het zich enkel kan bezighouden met wat na eeuwen blijft bestaan. Bedenk eens hoeveel gebouwen er elk jaar gesloopt en volledig vernield worden. Ook de meeste dingen, die volkeren van vroeger gebouwd en gemaakt hebben, zijn niet bewaard gebleven. En wat overblijft zijn niet noodzakelijkerwijs de beste of de meest volledige dingen die een volk maakte. Een groot kunstwerk kan vernield worden en een onbelangrijke plaats bewaard blijven.

A. HET BELANG VAN ARCHEOLOGIE VOOR DE BIJBEL
De Bijbel vertelt het verhaal van Gods volk. Omdat de Bijbel handelt over mensen in de geschiedenis -- tijdens een bepaalde periode en op een bepaalde plaats -- is die geschiedenis belangrijk. Op verschillende manieren kan Archeologie ons helpen de Bijbel beter te verstaan.
Ten eerste, Archeologie kan ons iets vertellen over de gebeurtenissen en het leven van mensen, die leefden voor de geschiedschrijving. Archeologen hebben ons getoond hoe het leven was in het land dat Ur genoemd werd, waar Abraham leefde, vóór God hem geroepen had. 
Ten tweede, de Bijbelse geschiedenis kan met de hulp van de Archeologen aangevuld worden. Zo bijvoorbeeld bevat de Bijbel slechts 15 verzen over koning Omri van Israël in 1 Koningen 16. De Archeologie leert ons echter dat Omri in zijn tijd een zeer belangrijke koning is geweest.
Ten derde, de Archeologie helpt ons ook vele passages uit de Bijbel die moeilijk te verstaan zijn, te vertalen en uit te leggen. In de Bijbel staat er bijvoorbeeld dat Rachel de terafim van haar vader Laban nam. Gedurende vele jaren wist men niet wat terafim waren. Maar nu heeft de Archeologie ons geleerd dat het ging om kleine huisbeeldjes, beelden van valse goden. Ten tijde van Laban geloofden sommige mensen, dat wie die beelden bezat, de werkelijke eigenaar was van het familiebezit.
Tenslotte heeft de Archeologie verkeerde opvattingen rechtgezet, dat de Bijbel onwaar of verzonnen zou zijn. De waarheid van vele dingen die in de Bijbel staan werd bewezen.

B. HOE ARCHEOLOGISCHE VONDSTEN GEDAAN WORDEN
Er werden enkele opvallende Archeologische ontdekkingen gedaan zoals de oude tempels in Egypte en Griekenland. De meeste Archeologische vondsten bestaan uit kleine voorwerpen die in de puinen van staden worden gevonden. Toen vroeger een stad vernield werd, maakten de nieuwe inwoners alles gelijk met de grond en werd een nieuwe stad op de oude grondvesten gebouwd. Na honderden jaren werden er zo verscheidene lagen van ruines op elkaar gestapeld. Archeologen graven materiaal op uit die verschillende lagen en leren zo iets over de mensen en hun levenswijze op verschillende tijden van het verleden van de stad.
Op de plaats van die oude steden vinden de Archeologen vele belangrijke voorwerpen. Aan de hand van oude munten kan men weten wanneer de stad betond en welke metalen men toen gebruikte. De afbeeldingen en de namen op de muntstukken leren ons ook iets over de heersers van toen. Kleien potten en kannen zijn ook belangrijk om te bepalen wanneer de stad nog leefde. En omdat papier zo zeldzaam was, schreef men ook dikwijls op potten. De Archeologen vinden ook dikwijls kunstvoorwerpen zoals standbeelden, afgodsbeelden en gesneden beeldjes, die ons heel veel leren over het leven van vroeger.

C. ENKELE BETEKENISVOLLE ARCHEOLOGISCHE VONDSTEN
Tijdens de laatste tweehonderdjaar werden er vele ontdekkingen gedaan in verband met de Bijbel. Om aan te tonen hoe deze vondsten helpen bij de studie van de Bijbel zullen we enkele voorbeelden behandelen. Deze vondsten omvatten echter niet de belangrijkste, waarbij oude manuscripten werden gevonden die een grote hulp waren bij het vertalen van de Bijbel.

ABRAHAMS VOOROUDERS. De opsomming van Abrahams voorouders in Genesis 11:10-26 bevat vele namen, die nergens anders in de geschiedenis worden vermeld. Toen er nog geen belangrijke Archeologische vondsten waren gedaan, hadden vele mensen de indruk, dat die namen een verborgen betekenis hadden. De Archeologie heeft echter aangetoond, dat die namen verwijzen naar steden en mensen, die werkelijk bestaan hebben in het land Haran, waar Abraham eerst rondtrok met zijn familie.

DE STALLEN VAN SALOMO. Iedereen weet dat David de grote koning van Israël was, maar dat het zijn zoon Salomo was, die Israël regeerde toen het een grote natie was geworden in de oude wereld. In het boek 1 Koningen lezen we hoe groot Salomo's leger van strijdwagens was (1 Koningen 8:19; 10:26). Die beschrijving werd bevestigd door de opgravingen, die in de oude stad Meggido werden gedaan. Daar vonden de Archeologen stallingen die groot genoeg waren voor 500 paarden en bijpassende wagens.

DE TUNNEL VAN SILOAM. In 700 v. Chr. liet Hizkia, de koning van Israël, een grote onderaardse tunnel bouwen om Jeruzalem tijdens de belegering van water te voorzien (2 Koningen 20:20). Dit plan, dat nauwelijks vermeld wordt in het Oude Testament, werd bevestigd door de ontdekking van de tunnel en een opschrift, dat door de bouwers werd aangebracht om het werk uit te leggen en van hun handtekening te voorzien.

HET BINNENPLEIN VAN ANTONIA. Een van de Archeologische vondsten die verband houdt met het verhaal van het Nieuwe Testament is de ontdekking van het binnenplein van Antonia. Herodes, een joodse heerser, herbouwde een oude burcht en noemde ze Antonia (ter ere van de Romeinse heerser, Marcus Antonius). Deze burcht werd het militair hoofdkwartier van de Romeinse gouverneurs van Judea. In de evangeliën lezen we, dat Jezus verhoord werd op een plaats, die Lithostrotos heet (Johannes 19:3). Totdat de Archeologen een plaats terugvonden, die overeenstemt met die beschrijving, was het niet heel duidelijk welk soort plaats het was. Het ging om een binnenplein, geplaveid met grote stenen en misscaien ware er Romeinse soldaten gekazerneerd. Waar de soldaten spelletjes gespeeld hebben, werden sporen op de stenen teruggevonden. .

DE ONBEKENDE GOD. In een prediking die Paulus hield voor de Grieken in de stad Athene, spreekt hij over een altaar gewijd aan een onbekende god (Handelingen, 17:23), dat door de inwoners van de stad werd opgericht. In de oude Griekse literatuur vond men een dergelijke uitdrukking ook bij Griekse dichters. Maar bij de stad Pergamum hebben Archeologen een altaar ontdekt met datzelfde opschrift. Daardoor weten we dat Athene niet de enige heidense stad was, waar er een dergelijk altaar was.

D. DE ROLLEN VAN DE DODE ZEE
Een van de meest opwindende Archeologische vondsten in verband met de Bijbel is de ontdekking in 1947 van de rollen van de Dode Zee. De Dode Zee is het grootste uitgestrekte water in Palestina. Bij deze zee bevinden zich de ruines van een voormalig klein dorpje, dat Qumran genoemd werden bestond van 100 v. Chr. tot 100 na Chr. 
Verborgen in een grot bij deze oude plaats hebben de Archeologen enkele volledige boeken en duizenden fragmenten gevonden, die geschreven werden door de vroegere inwoners. Deze geschriften worden de rollen van de Dode Zee genoemd. De mensen, die de gemeenschap van Qumran gesticht hebben, waren joden die Jeruzalem verlaten hadden rond 100 v. Chr. om er de Wet te bestuderen en te wachten tot God een nieuwe leider zoals Mozes zou sturen. Deze mensen en hun volgelingen worden meestal Essenen genoemd. Ze zijn belangrijk omdat ze ons informatie verstrekken over de ideeën en de gebruiken, die bij de joden gangbaar waren ten tijde van Jezus. Deze documenten leren ons ook veel over de woordenschat en de levenwijze van de eerste joodse Christenen. De rollen van de Dode Zee zijn ook belangrijk, omdat ze ons veel leren over de tekst van het Oude testament en de wijze waarop het geschreven werd. De mensen die in Qumran leefden, hebben vele kopieën gemaakt van de boeken van het Oude Testament. Van elk boek van het Oude Testament werden er fragmenten gevonden, behalve van het Boek Esther. Deze kopieën zijn de oudste van het Oude Testament, die we in de oorsponkelijk Hebreeuwse taal bezitten. Dit is voor de vertalers van de Bijbel een grote hulp om met meer nauwkeurigheid te werken.


Vorige