Deel 9: Het leven van een Christen

 

De Bijbel bestuderen is belangrijk. En ook aan andere mensen over Jezus vertellen. Maar dat is maar een deel van wat het Christelijke leven allemaal omvat. Als we gevolg geven aan wat God verwezenlijkt heeft in Jezus, moeten we eerst spijt hebben over onze zonden en ons in Hem laten dopen. Dan hebben we als taak een leven te leiden, dat de liefde van God in Jezus weerspiegelt. 
Dat is niet altijd gemakkelijk. Soms komen Christenen voor problemen te staan, die ze niet kunnen oplossen en voor vragen, die ze niet kunnen beantwoorden. Het is dan mogelijk dat ze helemaal van streek geraken en ontmoedigd worden. Ze worden geconfronteerd met de verleiding van de zonde. Daarom is het goed, dat elke Christen zichzelf eerst grondig onderzoekt, voordat hij een Christen wordt. We moeten proberen te begrijpen wat zonde is, waarom we er een schuldgevoel van krijgen en hoe en waarom God bereid is ons te vergeven. Wanneer we dan later voor problemen komen te staan en dat zal zeker gebeuren, wie we ook zijn, zullen we die problemen beter begrijpen en beter in staat zijn om ze op te lossen.

A. DE ZONDE
Voor ons allen bestaat de zonde werkelijk, omdat elk van ons verschillende zwakheden heeft en verzoekingen doorstaat. Maar zonde is meer dan één enkele slechte daad. Het is een algemene toestand, die alle mensen besmet en dan zichtbaar wordt als afzonderlijke, zondige daden. Men zou het kunnen omschrijven als vervreemding (scheiding of afzondering) van God. 
De Bijbel zegt ons dat een dergelijke toestand niet door God, maar door de mens zelf wordt veroorzaakt. Toen Paulus naar de Christenen van Rome schreef, sprak hij over de heidenen van vroeger, in Romeinen 1:21:
"Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart."
Paulus zegt verder nog dat God de mensen toeliet de slechte wegen te volgen die ze gekozen hadden, omdat ze zich eerst van Hem hadden afgewend (Lucas 24).
De droevige toestand van de mensen die zonder God leven, wordt door de profeet Amos beschreven, wanneer hij spreekt over diegenen, van wie God zich heeft afgekeerd, Amos 8:12:
"Dan zullen zij zwerven van zee tot zee, en van het noorden naar het oosten zullen zij dolen, om te zoeken het woord des Heren; maar vinden zullen zij het niet."
Het 'zwerven en dolen' beschrijft de toestand, waarin we zonder God zijn. We worden als een schip zonder roer, doelloos dobberend op de golven. Deze toestand zonder God is de zonde. Zonde is de neiging, die de mens heeft, om zichzelf boven God en de anderen te plaatsen. Zonde de ontkenning van God, het is atheïsme. Het kan formeel atheïsme zijn dat iemand ertoe brengt te zeggen dat God niet bestaat; of praktisch atheïsme waarbij,iemand zegt dat hij in God gelooft, MAAR LEEFT ALSOF GOD NIET BESTAAT.
God loochenen, formeel of praktisch is het gevolg van een verwarde en onduidelijke kijk op het leven. Paulus zegt dat zij, die God loochenen, "dat hun overleggingen op niets zijn uitgelopen..." Zij verstaan de ware betekenis van het leven niet. Daarom is hun leven vol zonde, die we dikwijls in onszelf en bij anderen vinden. Onze eigen wil boven de wil van God plaatsen is dus de oorzaak van de zonde.
Zonde brengt verwarring in onze levensopvatting en leidt tot dwaze, tragische en slechte daden. Zoals een hond, die een vlinder tot boven een afgrond achterna zit, worden we dikwijls door de zonde zo afgeleid, dat we alle dingen die werkelijk belang hebben vergeten: onze familie, onze vrienden on ons zelfrespect. Daarom is het aanpakken van de zonde op dit niveau een onderdeel van de oplossing. Het bestaat erin een nieuwe levenvisie op te bouwen, een nieuw inzicht in wat belangrijk is en wat niet. Al te dikwijls slagen we er niet in onze zonde bij do wortel aan te pakken en beperken we ons tot het behandelen van een welbepaald zondesymptoom. Op die manier kunnen we een einde stellen aan het doen van enkele slechte dingen, maar stellen we dan ook vast dat de zonde elders in ons leven weer komt opduiken.

B. SCHULD

Een van de vreselijkste dingen, die we bij het zondigen ervaren, is het schuldgevoel. Ieder van ons weet wel hoe het is zich schuldig te voelen. We verstaan dan ook het droeve klaaglied van David, Psalm 51:5-6:
"Want ik ken mijn overtredingen, mijn zonde staat bestendig voor mij. Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan wat kwaad is in uw ogen, opdat Gij rechtvaardig blijkt in uw uitspraak, zuiver in uw gericht."
Wij moeten echter inzien dat het schuldgevoel zowel een goed als een kwaad is. Het kan ons helpen, maar ons ook nog dieper in de zonde storten. Een schuldgevoel krijgen we wanneer we beseffen dat we iets wel of niet moesten doen, of ons wel of niet op een bepaalde manier moesten gedragen. We erkennen dan dat we er niet in slaagden te handelen of ons te gedragen zoals het hoort. Een houding tegenover schuld is haar gewoonweg loochenen. Als we dat doen, lopen we de kans onszelf grote schade te berokkenen op geestelijk, psychologisch en zelfs op fysisch vlak.
We moeten inzien dat we er niets bij winnen onze schuldgevoelens te loochenen. We moeten ze van nabij onderzoeken en proberen uit te maken, waarom we ons zo voelen. We kunnen aldus tot het besluit komen dat onze schuldgevoelens het gevolg zijn van verkeerde informatie of van een misverstand. Met andere woorden, dat we niet werkelijk schuldig zijn! In die zin kan het onderzoek van onze schuldgevoelens ons verlossen van een grote last.
Nochtans komen we dikwijls tot een andere ontdekking. We kunnen tot de pijnlijke vaststelling komen, dat we inderdaad schuldig zijn of verantwoordelijk voor iets verkeerds; misschien iets dat zelfs anderen pijn heeft gedaan. Ook in dit geval kan schuld een goede of een slechte uitwerking hebben.
Als we toestaan dat onze schuldgevoelens ons verlammen, zodat we niets doen, dan helpen ze ons niet. We kunnen het gevoel hebben dat onze schuld zo groot is dat er geen hoop meer is, dat we ons nooit meer van die last kunnen bevrijden. We kunnen ook besluiten, dat het werkelijk te laat is om ooit nog bevrijd te worden en vergeving te verkrijgen, en dat verder zondigen het enige is, wat ons nog te doen staat. Wie tot dat besluit komt, is gedoemd tot een ellendig, eenzaam leven.
Anderzijds kan schuld een nuttige hulp zijn om ons aan te zetten tot verbetering. Als we na een grondig onderzoek vaststellen, dat we werkelijk schuldig zijn, dan moeten we die schuld proberen weg te nemen. Nochtans leert de Bijbel ons, dat we onze eigen schuld niet kunnen wegnemen. Vele mensen hebben tijdens hun leven geprobeerd hun schuld 'weg te wassen' of 'weg te werken', door een hele reeks daden van gedwongen weldadigheid en liefde.

C. VERGEVING
De Bijbel leert ons dat God een God is, die zonden vergeeft. Hij alleen kan onze zonde helemaal wegnemen. Slechts wanneer we ons tot God richten en op Hem vertrouwen om onze schuld weg te nemen, kunnen we werkelijk vrij zijn om een gelukkig leven te leiden. God wil niet dat we ons schuldig voelen. Hij wil dat we allen een nieuw, vrij en zinvol leven zouden leiden, zonder schuldgevoelens. Hij alleen kan dit leven schenken aan wie door Hem wil genezen worden.
Omdat Hij wil dat we dicht bij Hem zouden zijn en zo'n leven een nieuw leven zouden hebben, stuurde Hij Zijn Zoon om onder de mensen te leven. In Jezus Christus heeft God een nieuw verbond met de mensen gesloten. Hij wil dat alle mensen tot dit verbond toetreden en door vergeving van onze zonden een nieuw leven zouden hebben.
Om Jezus te aanvaarden als Gods Zoon en vergeving van onze zonden te verkrijgen, moeten we ons eerst bekeren. Dat betekent, dat we de verantwoordelijkheid opnemen voor wat we in ons leven verkeerd hebben gedaan en bekennen dat we er spijt van hebben een egoistisch, eigenzinnig leven geleid te hebben.
Bekering betekent, dat we besluiten niet meer in zonde te leven, en ons in plaats daarvan richten naar het goede. Dat betekent dat we onze hele levenswijze veranderen, niet in de hoop volmaakt te worden, maar met de bedoeling van nu af eerder het goede dan het kwade te doen. Dan worden we gedoopt in Christus. Onze doop is de manier, waarop we tonen, dat we wilen dat God onze zonde en schuld zou 'wegwassen' en vervangen door een nieuw leven in Christus.
We zijn niet de enigen die dit nieuwe Christelijke leven proberen te leiden. De Bijbel is onze gids om ons daarbij te helpen en we kunnen ook rekenen op de hulp en de vriendschap van andere Christenen, onze nieuwe familie. Maar we hebben nog meer. God heeft beloofd, dat Zijn Geest in ons zal leven en de kracht zal schenken om de zonde te verwerpen.

D. WAAROM SOMMIGE CHRISTENEN VAN CHRISTUS WEGGAAN
Het is te betreuren, dat sommige Christenen die een nieuw verbond gesloten hebben met God en gedoopt werden in Christus, opnieuw in een zondig leven vervallen. Maar jammer genoeg gebeurt zoiets. Er zijn vele redenen waarom Christenen soms hun interesse en geloof in Christus verliezen. Waarschijnlijk gebeurt dit meestal, omdat we ons in de eerste plaats niet werkelijk tot Christus hebben bekeerd. We komen tot de vaststelling, dat wat we als 'Christen-zijn' beschouwden, eigenlijk iets anders was. We stellen vast, dat we nooit werkelijk groeiden in geloof, omdat we van bij het begin verkeerd gestart waren. Misschien werden we door een vriend-met-goede-bedoelingen hals over kop tot bekering gebracht. Of misschien ligt het aan ons, dat we maar gedeeltelijk bekeerd zijn. Hoe dan ook, het schijnt dikwijls zo te zijn dat, we terugvallen, omdat we eigenlijk nooit werkelijk van de grond geraakt zijn.
In dit geval moeten we onze bekering en onze doop eens met andere ogen bekijken en er werk van maken te begrijpen wat leven in Christus wereklijk met zich meebrengt. Dat kan voor ons een boeiende en een belangrijk periode van verkenning zijn. Dikwijls is het dan nuttig met een andere Christen te praten, of met een prediker, die ons kan helpen tot een beter inzicht te komen.
Een andere probleem zijn de 'idolen'. Vele Christenen stellen vast dat hun leven leeg is, "Hoewel ze bij de Gemeente betrokken zijn. Ze keren zich naar andere dingen zoals verenigingen, vrienden of hun loopbaan om hun spirituële leegte op te vullen. Deze dingen kunnen Christus naar de achtergrond verschuiven en kunnen 'idolen' worden, die net even gevaarlijk zijn als de afgoden van de oudheid. Wanneer we ons schuldig maken aan het vereren van dergelijke valse goden, moeten we nagaan waarom we vonden dat ze belangrijk genoeg waren om Christus te vervangen. Wat hadden ze ons te bieden? Tot welk besluit we ook komen, we zullen inzien hoe we toegestaan hebben, dat Christus uit ons leven werd verdrongen.
Een grenzeloos vertrouwen stellen in iemand anders dan Christus, is een ander probleem, dat Christenen kan schaden. Zoals anderen zijn ook Christenen dikwijls op zoek naar een held. Op zichzelf is het niet verkeerd helden te hebben, maar mensen kunnen ons streven en onze trouw in de verkeerde richting leiden. Het is werkelijk mogelijk, dat we helden boven God gaan plaatsen. Alle helden - zelfs predikers, leraars, oudsten, en andere Christenen - hebben hun zwakke kanten, zoals alle mensen. Ze mogen dan nog proberen het goede te doen zoals zij dat opvatten; allen maken ze vergissingen en hebben ze af te rekenen met verzoekingen. Als we veronderstellen dat ze volmaakt zijn, doen we hun onrecht aan en berokkenen we onzelf schade. We moeten onze hoop en ons vertrouwen in Christus stellen, niet in mensen. 
Christenen verbergen voor zichzelf soms de werkelijke reden, waarom ze van Christus vervreemden. Soms doen we iets en pas later zien we in, dat onze werklijke motieven helemaal niet degene zijn, die we ons hadden voorgesteld. We kunnen excuses vinden om de Gemeente te verlaten en onze liefde voor Christus te laten afzwakken en dingen zeggen als: "Er is toch niemand die om mij geeft." Of bij onszelf denken: "Ik vind wel een andere Bijbelcursus of een andere kerk, die me beter zal helpen." Het is ook mogelijk dat een bepaalde preek of Bijbelles ons niet beviel en we er dan een uitvlucht van maken om niet meer naar de 'slechte' preken of Bijbellessen te gaan. Eigenlijk zoeken we dan slechts een excuus voor iets, dat we om een andere reden wilen doen.
Tenslotte zijn er vele mensen, die van Christus weggaan, omdat ze gewoon niet meer doen wat ze zelf voor goed houden. Het is heel gemakkelijk met iets te stoppen. We hebben het gevoel tijd zat te hebben. Vooral voor jonge mensen is het verleidelijk te denken, dat ze later meer tijd zullen hebben om God te dienen. Heel dikwijls vinden we dat we precies nu geen tijd hebben voor God en de Gemeente. We zouden moeten inzien hoe moeilijk het is van slechte gewoonten af te zien.
Trainers in alle sporttakken - tennis, voetbal, zwemmen - zijn het erover eens dat het moeilijker is iemand te leren, hoe hij iets op de juiste manier moet doen, wanneer hij het verkeerd geleerd heeft en het lang verkeerd heeft gedaan. Dat is ook zo voor ons leven voor God. We moeten erop letten geen slechte gewoonten aan te kweken en te denken dat we ze later gewoonweg kunnen veranderen. 
We hebben gesproken over enkele van de minder voorkomende manieren, waarop Christenen van Christus vervreemden, zichzelf op een of andere wijze bedrogen heeft. Daarom is het zo belangrijk onszelf grondig te onderzoeken, wanneer we Christen worden. Zijn we er werkelijk van bewust hoezeer de zonde ons leven in haar greep heeft en hoe ze ons van God kan scheiden? Bekeren we ons werkelijk, keren we ons vroegere leven werkelijk de rug toe? Het leven van een Christen kan een boeiend avontuur zijn, met een betekenis en een zin, die het leven anders nooit zou hebben. Alhoewel de doop slechts het begin is van de reis, is het een heel belangrijke, stap die met de grootste ernst moet gezet worden.


Vorige