Psalm 33:4 :
"Want des Heren woord is waarachtig, al Zijn werk geschied in
trouw."
Op 't einde van deze les vindt u enkele vragen. Gelieve deze te
beantwoorden en de oplossingen naar dit
emailadres terug te sturen, waar uw antwoorden zullen nagezien worden.
Dit zal snel gebeuren. Indien het antwoord niet juist is zal dit
aangetoond worden en het correcte antwoord zal tot uw attentie gegeven
worden. Wij hopen van harte dat deze Bijbelstudie u zal
bevallen.
I. INLEIDING
Bijbels gezien staat het Aartsvaderlijk Tijdperk op 't punt te verdwijnen.
Mozes heeft de Israëlieten, met Gods hulp, veilig bij de berk Sinaï
gebracht. God heeft Zijn teleurstelling laten blijken aan Israël dat,
na nog maar pas Egypte te hebben verlaten, opnieuw in afgoderij
verviel. Mozes, op bevel van God, strafte hen. Laat ons nu even
teruggaan naar de toestand waarin zij verkeerden vóór zij tot de berg
kwamen om de Wet van Mozes te ontvangen.
A. VOORBEREIDING VAN HET VOLK
Exodus 19:10-11
God roept het volk tezamen en geeft hun instructies, vóórdat ze de Wet
ontvangen. Dit was om hen te heiligen. Letterlijk : om hen af te
zonderen voor de dienst des Heren. Daarvoor moesten ze fysisch rein
zijn.
B. DE WET VAN MOZES WAS ALLEEN VOOR DE ISRAËLIETEN
Hier wees Mozes het volk erop dat God hun deze nieuwe wet gaf met een
speciaal doel en dat deze wet alleen voor hen gegeven werd.
Deuteronomium 5:1-3
Deze wet was één geheel. Iedere poging om deze geboden te verdelen
in speciale afdelingen verbreekt de eenheid. Het geheel wordt "de
Wet" genoemd, of "de Wet van Mozes." Deze was alleen
voor de Israëlieten en niet voor de heidenen (niet-Israëlieten), toen niet
en ook nu niet. De heidenen vielen onder het verbond dat God, veel
vroeger, met Noach sloot.
II. DE WET VAN MOZES
A. DE TIEN GEBODEN
Met het geven van deze nieuwe wet, liep het tijdperk van de Aartsvaders ten
einde. God gaf de Wet, maar Mozes bracht ze aan het volk. De
TIEN GEBODEN zijn eigenlijk maar de inleiding tot de gehele wet van Mozes.
Het is niet als de inleiding tot de Grondwet van Suriname. Deze
grondwet is niet volledig zonder de inleiding, evenzo is het met de Wet van
Mozes. Ze kunnen niet van elkaar gescheiden worden.
Deuteronomium 5:6-21
Elk van deze geboden is uitgebreider uiteengezet in de rest van de Wet,
zoals wij lezen in Exodus, Leviticus, Numeri, en Deuteronomium.
B. VERSCHILLENDE WETTEN IN DE WET VAN MOZES
1. WETTEN VOOR HET GEZIN
Exodus 21:17
Let wel op! Opstandige kinderen werden met de dood gestraft. Dat
moest strikt onderhouden worden. De ganse natie verkeerde in
moeilijkheden, als ze alleen maar deze wet niet onderhielden. Zou u
dit gedeelte van de Wet van Mozes nu nog willen gehoorzamen? Zeker
niet!
2. BURGERLIJKE WETTEN
Exodus 21:35-36
Nalatigheid werd betaald door de persoon die nalatig was. De stads- of
streekoudsten letten erop dat alles eerlijk toegepast werd.
3. RELIGIEUZE WETTEN
Om deze soort wet beter te begrijpen, is het best dat wij de wetten in
betrekking tot de Tabernakel even nazien.
Hebreeën 8:5 (N.T.)
Wat betekent : "naar het voorbeeld?" Als wij zelfs iets gaan
maken is het goed de instructies te volgen om een goed resultaat te
bekomen. Heeft dat wel zin? Voorbeelden : kleedjespatroon, plan
van een huis, enz. De tabernakel wordt een voorbeeld, schaduw van de
toekomende gemeente.
a. DE TABERNAKEL IS EEN SCHADUW
Hebreeën 10:1 (N.T.)
Een schaduw is een beeld dat slechts vaag gezien wordt. Als u een
schaduw ziet kon u er zeker van zijn dat u alleen het echte ding kan zien
als dit in het volle gezicht komt.
b. VERGELIJKENIS VAN DE TABERNAKEL EN DE WET
1) CHRISTUS IS ONZE HOGEPRIESTER
Hebreeën 5:5 (N.T.)
Christus, als Zoon van God, is verheerlijkt door God om eeuwig als onze
Hogepriester te dienen.
2) ALLE CHRISTENEN ZIJN PRIESTERS
1 Petrus 2:5 en 9 (N.T.)
Tussen God en de mensen is er geen uitverkoren klasse. Dit betekent
dat noch geestelijkheid, noch kaste, maar alleen zij die God gehoorzamen
PRIESTERS genoemd worden.
3) DE BIJBEL IS HET ENIGE LICHT
Psalm 119:105
Elke andere gids werd niet door God gegeven en wordt dus door Hem niet
goedgekeurd. God houdt niet van improvisaties, omdat Hij Zijn
volmaakte wil bekend gemaakt heeft.
4) AANGENAME REUK VOOR GOD
Openbaring 5:8 (N.T.)
De gebeden van de Christenen zijn steeds vóór God. Hij luistert
altijd naar deze wijze van offeren.
4. ZONDE VAN VERWAANDHEID
Leviticus 10:1-2
God had uitdrukkelijk voorgeschreven wat geofferd moest worden in deze
bijzondere dienst. Zijn geboden waren voor geen misverstand vatbaar.
Exodus 30:9
Deze mannen waren zoals velen vandaag aan de dag. Misschien zeiden ze
: "Oh, ja, vuur is vuur!" En, "Het maakt niet zo veel
uit als ik het maar goedvind." Iedere onderdeel van Gods bevel is
echter van belang en het maakt wel iets uit als men Gods bevel geheel of
gedeeltelijk met de voeten treedt. Als u er de voorkeur aangeeft God
niet te gehoorzamen, dan bent u het en niet God die verwaand is.
C. DE BELOFTE VAN CHRISTUS' KOMST WAS NOG STEEDS IN VOEGE
Galaten 3:17-19 (N.T.)
Gods belofte aan Abraham gedaan, dat Christus uit zij nakomelingen zou
voortkomen, was geenzins teniet gedaan door het geven van de Wet van Mozes.
Het enige doel van de Wet van Mozes was de overtredingen te doen blijken.
Deze Wet werd gegeven om wille van de zonde, gegeven om in voege te blijven
TOTDAT Christus haar zou vervullen.
III. DE TOCHT DOOR DE WOESTIJN
A. NAAR KADES
De afwerking van de Tabernakel en de organisatie van het volk betekende dat
ze gereed waren te vertrekken naar het Beloofde Land.
1. DE VERPLAATSING VAN HET KAMP
Exodus 40:36-38
God voorzag hun een kompas voor de lange reis. Hij is het die in alles
voorziet, voor hen en nu ook nog voor ons.
2. VERKENNING VAN HET LAND
Toen ze ten zuiden van Kanaän gekomen waren, zond Mozes verspieders uit om
te zien hoe dit eruit zag.
Numeri 13:17-20
Er werd één verspieder voor elke stam uitgezonden, in totaal 12
verspieders.
3. HET VERSLAG VAN DE VERSPIEDERS
Numeri 13:30-33 en 14:1
Men zou denken dat dit volk al genoeg van Gods wonderen had gezien om hen te
doen geloven. Maar hier gaan ze luid jammeren en zo hun twijfel en
vrees uiten. Ze geloven wat de meeste verspieders hun voorgeschoteld
hebben, ze, hebben juist het slechte verslag aanvaard als de waarheid.
4. STRAF VOOR HUN TWIJFEL
Numeri 14:29-33
Het waren alleen de getrouwe verspieders die toegelaten werden om de rest
van de reis mee te maken. Het zijn alleen maar hen die trouw zijn die
Gods gunst genieten om het even wanneer. Het zijn altijd de mensen die
ongelovig zijn die gestraft worden. Hier is het dat de 40-jarige
omzwerving begint. Het moest zolang duren, vooraleer de twijfelaars
gestorven waren.
B. GODS VOORZIENIGHEID
1. BROOD EN VLEES
Exodus 16:4-5 en 13
Zelfs deze voorzorgmaatregel was om hun geloof te beproeven. Zullen ze
God ook in deze kleine aangelegenheid GEHOORZAMEN? God verhoorde hun
gebeden, maar Hij stelde hen eerst op de proef.
2. WATER
Numeri 20:10-12
Hier vinden we Mozes' zonde. God zei hem te "spreken" tot de
rots, maar hij "sloeg" er tweemaal op, om het water te doen
uitvloeien. God noemde dit echter ongeloof. Tenzij uw geloof
vergezeld gaat van de gepaste daden is dit juist hetzelfde als ongeloof.
C. KLAGEN WAS HUN ZONDE
Deze ongelovigen trachten altijd maar opnieuw God te vertoornen.
Numeri 21:5-9
Dit is een ongewone redding. Wij moeten ons dit kamp even voorstellen
met zijn meer dan één miljoen inwoners. Hoe zouden zij in de
mogelijkheid verkeren die opgerichte slang allen terzelfdertijd te zien?
Het antwoord op de vraag is eenvoudig : dat ze moesten willen GEHOORZAMEN.
Zouden ze "gaan" en "opkijken" naar de slang, of alleen
maar aanvaarden dat ze er was (geloven alleen) en sterven. Zoals u
ziet toonden alleen zij, die er iets voor deden echt hun geloof.
D. MOZES STERFT
Toen de Israëlieten nog maar eens aan de grenzen van Kanaän gekomen waren,
deze keer aan de Jordaan rivier, was het tijd om de leiders van het volk te
vervangen.
Deuteronomium 34:4-6
Mozes was 120 jaar oud. God zorgde voor hem terwijl de Israëlieten
zich klaar maakten om de rivier over te trekken.
IV. ISRAËL WORDT EEN NATIE
A. IN KANAÄN
1. JOZUA WORDT LEIDER
Jozua 1:1-2 Met Jozua, door God verkozen, is het volk nu gereed om de
Jordaan over te steken. Deze overtocht is even wonderbaar als de tocht
door de Rode Zee.
2. ISRAËL IN JERICHO
Jozua 6:2-5
Dit is een zonderlinge manier om een stad in te nemen. Jozua, als
bekwaam veldheer, kon gezegd hebben : "Wacht even, Here God, men neemt
toch zó geen stad in!" Denkt u dat de stadsmuren zouden
instorten, indien hij zo gehandeld zou hebben? Hier ziet u duidelijk
dat het door Jozua's GEHOORZAAMHEID was, dat de stad veroverd werd.
3. JOZUA'S WAARSCHUWINGEN
Nadat het land veroverd werd, kwam het ogenblik dat Jozua zich zou
terugtrekken. Hij riep het volk tezamen om het te zegenen en te
waarschuwen.
Jozua 23:15-16
Zijn waarschuwingen zijn gebaseerd op : GEHOORZAMEN of ZONDIGEN. Het
gaat er niet om dat zij wat zij doen goed vinden maar dat wat zij doen,
werkelijk recht is.
B. HET KONINKRIJK ISRAËL
1. SAMUËL VERWORPEN
Samuël is de laatste van de Rechters. De Israëlieten hebben hem erg
teleurgesteld door een koning te willen.
1 Samuël 8:5-8
De afwijzing van Samuël was in feite de verwerping van God. Zo maakte
God dan de weg vrij om hun, naar hun eigen wens, een koning te geven.
2. VERKIEZING VAN SAUL
1 Samuël 9:16-17
Saul was voor 't volk wat zij hebben wilden : "Een koning als bij alle
andere volken." Net als zij deden, verliet ook Saul spoedig de
rechte weg en werd hij een echte tiran.
3. SAULS VERWERPING
1 Samuël 15:10-11 en 22
Dit is een voorbeeld van een man die slechts een gedeelte van Gods geboden
onderhield. Het toont ons daarbij ook nog, dat al aanbidden wij God op
de juiste manier, wij Hem ook gehoorzaamheid verschuldigd zijn. Saul
trachtte de Heer aangenaam te zijn in de dingen die hij goed vond.
Resultaat : VERWERPING!
4. KONING DAVID
Nadat God Saul als koning over Israël verworpen had, ging Samuël een
nieuwe koning uitkiezen.
1 Samuël 16:12-13
Deze nieuwe koning vormt een groot contrast met Saul. Saul was een
koning zoals het volk hebben wou, maar David was een koning zoals God wilde.
Sauls jaloersheid over David en Gods voorkeur voor David leiden tot een
burgeroorlog die David tot leider van slechts zijn eigen stam, Juda, maken.
2 Samuël 5:3-5
Onder Davids regering kent Israël een periode van welvaart en vooruitgang.
David was een krijgsman met als gevolg dat de grenzen van Israël nog nooit
zo uitgestrekt waren.
5. SALOMO VOLGT DAVID OP ALS KONING
Toen David, oud geworden, de dood voelde naderen; benoemde hij zijn zoon
Salomo tot koning over Israël.
1 Koningen 1:29-30
Salomo vangt zijn regering waardig en correct aan.
a. ZIJN GEBED
1 Koningen 3:9-14
God luisterde naar zo'n gebed en zegende Salomo met groter eer en glorie dan
enig ander mens op aarde.
b. BOUW VAN DE TEMPEL
David wenste de tempel te bouwen, maar omdat hij een oorlogsman was, stond
God hem dit niet toe. Zo besteedde hij zijn laatste levensdagen aan de
voorbereiding van de tempelbouw.
2 Kronieken 5:1-2
De bouw van de tempel was het hoogtepunt van Salomo's leven. Van toen
af aan verzwakte zijn houding.
c. ZIJN VAL
Salomo week door improviseren van Gods weg af. Zulke improvisaties
zijn altijd zondig. Salomo vond dat de beste manier om de vrede te
handhaven was : compromissen afsluiten met de omringende landen.
1 Koningen 11:1-2 en 11-13
Compromissen werpen nooit goede resultaten af. Op 't laatst van zijn
leven had Salomo berouw, maar het was te laat om het koninkrijk van
verdeling te redden.
C. HET VERDEELDE KONINKRIJK
1. REHABEAM DE TIRAN
De Israëlieten trachten een verdrag met Rehabeam af te sluiten ten einde de
belastingen, die Salomo hun oplegde, te verminderen. Maar Rehabeam
luisterde naar de slechte raadgevers.
2 Kronieken 10:1-4 en 16-17
Het koninkrijk is verdeeld en de 10 stammen die noordwaarts trekken, onder
de regering van Jerobeam, vervallen al gauw in afgoderij. Het
Zuiderlijk Koninkrijk, Juda genoemd, samengesteld uit de stam van Juda,
enkele Levieten en leden van de stam van Benjamin.
2. TIJDPERK VAN DE PROFETEN
Hebreeën 1:1-2 (N.T.)
Het hoofddoel van de door de profeten gebrachte boodschap was om te trachten
de Israëlieten opnieuw te verenigen. Zij riepen de Israëlieten om
BEROUW te hebben en zich tot God te bekeren. Maar hun prediking had
niet het gewenste gevolg. Gedeeltelijk verwees hun boodschap reeds op
de komst van Christus. Dit was een boodschap van hoop en verlossing
voor de toekomst.
a. DE PROFETEN VAN ISRAËL
Deze waren : Elia, Elisa, Amos, en Hosea. Ieder van hen had zijn eigen
persoonlijke boodschap te brengen en deze was in wezen alleen voor de Israëlieten.
Het Noordelijke Koninkrijk hield slechts enkele jaren stand. De
splitsing van de koninkrijken kwam rond 940 v.Chr. tot stand. Het
Noordelijk Koninkrijk hield stand tot o.v. 722 v.Chr.
b. DE PROFETEN VAN JUDA
Deze waren : Jesaja, Joël, Zefanja, Nahum, Habakuk, Jeremis, Ezechiël, en
Obadja. Ook hun centrale boodschap was dat Juda zich bekeren moest.
God had aan David belooft dat er een overblijfsel gered zou worden. De
Judeërs waren rechtvaardiger dan de Israëlieten, hun koninkrijk duurde dan
ook langer. Van de splitsing tot o.v. 587 v.Chr.
3. NAÄMAN DE MELAATSE
In deze dagen van haast ononderbroken onderlinge conflicten en ook
conflicten met de omliggende naties, gebeurde er iets opvallends : Elisa was
de profeet in Israël. Het conflict met Syrië was tot stilstand gekomen.
Eén van de vijandelijke aanvoerders had een confrontatie met God.
2 Koningen 5:10-14
Hij was eerst helemaal niet van plan het gegeven bevel te GEHOORZAMEN.
Eigenlijk werd hij zelfs boos! Let wel op! Het is niet door
GELOOF, en ook niet door het WATER dat hij gereinigd werd, maar door
GEHOORZAAMHEID AAN HET BEVEL.
4. VAL VAN ISRAËL
De hele geschiedenis door, is Israël ontrouw geweest en slecht. Ze
waren volledig van God afgedwaald. Het Assyrische Rijk was tot op zijn
hoogtepunt van macht gekomen en Israël werd één van zijn overwinningen.
2 Koningen 17:23-24
5. ISRAËLS WEGVOERING
Tenslotte ten einde raad, besloot Salmaneser de kleine natie te vernietigen.
2 Koningen 17:23-24
Deze wegvoering was erg vernederend. De Assyriërs lieten slechts de
armen, zieken en onbruikbare mensen achter. Daaruit werden huwelijken
gesloten door vermenging met de stammen die de Assyriërs in hun land
overbrachten. Deze werden dan de Samaritanen genoemd, op wie de joden
minachtend neerkeken. Israël was niet meer. Zij betaalden een
zware tol voor hun zonden. Zij werden eenvoudig met het Assyrische
Rijk versmolten.
6. DE VAL VAN JUDA
Rond 587 v.Chr. deed zich hetzelfde voor in Juda, wat vroeger plaats vond in
Israël. Het Babylonische Rijk was de nieuwe wereldmacht geworden,
onder koning Nebukadnezar. Jeremia waarschuwde de koning van Juda zich
aan de Chaldeeërs over te geven, maar zoals gewoonlijk werd niet naar hem
geluisterd.
2 Koningen 25:3-7
De stad werd verwoest en uitgebrand en de Tempel eveneens. Het volk
werd in een groep naar Babylonië weggevoerd en er 70 jaar gevangen
gehouden.
7. DE BABYLONISCHE GEVANGENSCHAP
Jeremia 29:10
Hier is er weer een sprankeltje hoop als Jeremia, waar ze niet naar
luisteren wilden, hun vertelde dat ze opnieuw naar hun land zouden
terugkeren.
8. TERUGKEER NAAR JERUZALEM
Op 't einde van de 70 jaren was er weer een verandering op politiek gebied,
het Perzische Rijk kwam aan de macht.
Ezra 1:1-2
Kores geeft zijn toestemming aan Ezra om naar Jeruzalem terug te keren en te
beginnen aan de wederopbouw van het land Juda.
9. WEDEROPBOUW
De wil van 't volk om te werken leidde tot wonderbare resultaten.
Nadat de wederopbouw voltooid was, riepen Ezra en Nehemia de joden tezamen.
Nehemia 8:9-10
U kon zich voorstellen hoe de joden zich voelden, toen zij voor 't eerst, na
70 jaar, de Wet van Mozes hoorden voorlezen en uitleggen.
10. EINDE VAN 'T OUDE TESTAMENT
Maleachi 4:4-6
Dezet gedachte, dat er nog een andere profeet zou komen, gaf hun hoop voor de
komende jaren van beproeving.
V. WAARSCHUWINGEN
Dit is het doel van de twee lessen : ons te waarschuwen. Gods
handelwijze met Zijn volk was gebaseerd op hun GEHOORZAAMHEID aan wat zij
geloofden.
1 Korintiërs 10:9-12 (N.T.)
********
VOORBEELDKAART
ADAM-----ZONDIGDE-----VIEL
KAÏN-----AANBAD VERKEERD-----GESTRAFT
NOACH-----GEHOORZAAMDE-----GERED
ABRAHAM-----OFFERDE ISAAK-----GERECHTVAARDIGD
MOZES-----VERLOST ISRAËL-----GEZEGEND
MOZES-----SLOEG DE ROTS-----GESTRAFT
NADAB EN ABIHU--AANBADEN VERKEERD-VERNIETIGD
NAÄMAN-----GEHOORZAAMDE-----GEREINIGD
ISRAËL-----WAS ONGEHOORZAAM-----VIEL
IS GOD VERANDERD?
MOZAISCH TIJDPERK
OEFENINGEN
A. VRAGEN OVER DE INHOUD :
1. Voor wie was de Wet van Mozes bestemd?
2. Wie is nu Gods hogepriester?
3. Wat was de hoofdzonde van de Israëlieten?
4. Wie was Israëls tweede koning?
5. Welke koning veroorzaakte de verdeling van de natie?
B. WAAR OF VALS?
[Zet 'W' (waar) of 'V' (vals) bij het geschikte antwoord.]
_____ 1. De hoofdbedoeling van de Wet van Mozes was om de zonde te
doen blijken.
_____ 2. Mozes zond 20 verspieders uit om Kanaän te verkennen.
_____ 3. De joden wilden echt niet medewerken aan de opbouw van
Jeruzalem.
_____ 4. De tabernakel was een afbeelding van de tegenwoordige
gemeente.
_____ 5. Het is altijd juist Gods wetten te veranderen om onze eigen
meningen te dienen.
C. ONDERSTREEP HET JUISTE ANTWOORD :
1. Wat betekent "naar het voorbeeld van" in verband met de bouw
van de tabernakel?
a. Dat men eerst een voorbeeld moet tekenen vooraleer men een georganiseerde
religie kan hebben.
b. Dat men Gods voorbeeld kan veranderen volgens de omstandigheden het
vereisen.
c. Dat het niet veel uitmaakt wat men gelooft.
d. Dat van ons verwacht wordt dat wij alles doen wat God verlangt, volgens
Zijn regels.
2. Hoe werd Mozes' ongehoorzaamheid genoemd toen hij water uit de rots
sloeg?
a. Dat het hem juist niet lukte te doen wat God van hem vroeg.
b. Dat Mozes niet verstond wat God van hem verwachtte.
c. Dit wordt ongeloof genoemd.
d. Het was niet duidelijk wat God van hem verwachtte.
3. Hoe reageert God op improvisaties in verband met Zijn wetten?
a. Hij straft de ongelovigen.
b. Het maakt geen verschil uit, als men maar oprecht is.
c. God treedt op als scheidsrechter en is niet juist.
d. Teneinde zijn geloof te tonen moet men juist doen wat gevraagd wordt.
4. Waarom werd Naäman, de melaatse, gereinigd?
a. Om aan te tonen dat God hem liefhad.
b. Om aan te tonen dat het water van de Jordaan heilig was.
c. Omdat hij Gods gebod gehoorzaamde.
d. Om aan te tonen dat God in onreinheid een welgevallen heeft.
5. De tien geboden :
a. Waren alleen maar de inleiding tot de Wet van Mozes.
b. Maakten een afzonderlijk deel van de Wet.
c. Waren ook aan de heidenen gegeven.
d. Waren bedoeld voor alle mensen voor alle eeuwen.
D. PLAATS VOOR UW EIGEN VRAGEN :
Vorige