Hier wat gedachten over de tekst die je vraagt:
1) 2:38-39 is een antwoord op de vraag "2:37 Wat zullen wij doen mannen broeders?" van de Joden nadat ze beseffen dat ze de Christus hebben gekruisigd 2) 2:40 laat zien dat deze mensen die 2:38-39 horen nog niet behouden zijn, want Petrus zegt hen "2:40 Wordt behouden van dit verkeerd geslacht!" 3) 2:40 leert ons ook dat dat niet de enige woorden waren die de apostelen spraken om hen te vermanen tot behoudenis. "2:40 En met veel meer andere woorden betuigde hij, en vermaande hen" Dus wat Petrus in 2:38-39 zegt is een antwoord op de vraag van de Joden wat zij moeten doen om behouden te worden van zonden. Dit leert ons ook dat we deze tekst nooit alleen mogen gebruiken als zou dit het enige zijn wat er werd gezegd wat de mensen moesten doen om behouden te worden. En dan nu een exegese van vers 37-38 Bekeert u: Bekeren is niet slechts bedroefd zijn om de zonden, de droefheid moet leiden tot ommekeer van denken en handelen. "2 Korintiërs 7:10 Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil, maar de droefheid der wereld brengt de dood." en een iegelijk van u worde gedoopt: Elkeen die de woorden van Petrus hoorde moest zich laten dopen (baptizo=onderdompelen). Romeinen 6:4, Kolossenzen 2:12 in den Naam van Jezus Christus: Dit betekent op gezag van Jezus, dus omdat Jezus het bevolen heeft. De behoudenis is alleen maar mogelijk omdat Jezus Heer is geworden door Zijn dood en opstanding, Hij is de Verlosser. (2:36) "Mattheus 28:19 Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb." tot vergeving der zonden: tot is vertaald van het Griekse woordje eis dat laat zien dat hetgeen aan eis voorafgaat moet worden gedaan/voldaan om te willen bekomen wat er na eis staat, nl de vergeving van zonden. Dus niet omdat je al vergeving hebt ontvangen, maar omdat je het daardoor bekomt! Dezelfde zin vinden we terug in Matteus, als we die verstaan, dan begrijpen we deze ook. Handelingen 2:38 is een vers dat nogal vaak verkeerd wordt uitgelegd door velen omdat het niet past in hun geloofsleer.. "Mattheus 26:28 Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden." Waarom wordt Jezus' bloed vergoten? Omdat mensen reeds vergeven zijn, of omdat ze door het bloed vergeving kunnen krijgen? Het laatste is waarheid. Waarom moeten we ons dus bekeren en laten dopen? Om de vergeving van zonden te ontvangen. "Lukas 24:47 En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem." Zie ook Markus 16:16; 1 Petrus 3:21; Galaten 3:27; Efeziërs 1:3. en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen: Wanneer de vergeving wordt ontvangen wordt ook gave/gift van Gods Geest ontvangen. Dit is een geschenk van God. Deze wordt aan allen gegeven die God gehoorzamen door te doen wat de apostelen hebben gezegd wat ze moesten doen. "Handelingen 5:32 En wij zijn Zijn getuigen van deze woorden; en ook de Heilige Geest, Welken God gegeven heeft dengenen, die Hem gehoorzaam zijn." Enkele kenmerken van gift van de Geest zijn: - een onderpand Efeziërs 1:13-14; 2 Korintiërs 1:22; 5:5. - een kracht die ons helpt Efeziërs 3:16; Romeinen 15:13. - komt onze zwakheid te hulp Romeinen 8:26 - woont in ons Romeinen 8:9. - pleit voor ons Romeinen 8:27. - en nog meerdere (voor meer uitleg wil ik je verwijzen naar een grondige studie over de Heilige Geest die op mijn website staat) Toch is er een mate waarin God Zijn Geest heeft gegeven, want allen hebben nl deel aan de Geest zoals in het kort zojuist vermeld. Maar niet allen hadden deel aan de bijzondere gaven van de Geest die door handoplegging van de apostelen werden doorgegeven. Zie Handelingen 8:12-19. Deze allen hadden zich laten dopen op de naam van Jezus en dus volgens 2:38 en 5:32 de gave van de Geest ontvangen. Toch moesten de apostelen komen om door handoplegging de Geest te geven. Dit laat ons zien dat de apostelen de kracht hadden om de bijzondere gaven van de Geest te geven, een gave die een gewone christen niet had. Filippus was een man vol van de Heilige Geest die tekenen en wonderen kon doen (8:6,13), maar toch kon hij dit niet doorgeven, enkel de apostelen. "2 Timoteus 1:6 Om die reden herinner ik u eraan, de gave Gods aan te wakkeren, die door mijn handoplegging in u is." Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn: De vergeving van zonden en de gave van de Geest zijn een belofte voor het Joods volk en voor hen die verre zijn, nl de heidenen. Lees Efeziërs 2:11 t/m 20 volledig. "Efeziërs 2:17 En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren" zo velen als er er de Heere, onze God, toe roepen zal: God roept mensen, hoe doet hij dit? Door het evangelie! "2 Tessalonissenzen 2:14 Daartoe heeft Hij u ook door ons evangelie geroepen tot het verkrijgen van de heerlijkheid van onze Here Jezus Christus. 15 Zo dan, broeders, staat vast en houdt u aan de overleveringen, die u door ons, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, geleerd zijn." want "Romeinen 1:16 Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek."
|