Iedereen kent in zijn leven grote gebeurtenissen. Het allerbelangrijkste voor
ieder mens is echter een Christen te worden, omdat dit hem en anderen tot
in de eeuwigheid aangaat. Het houdt het volgende in:
1. Het betekent dat men behouden is
God heeft elke zonde van uw leven tot dan toe, vergeven. Deze gedachte wordt
door de volgende verzen uitgedrukt: Ezechiël 18:21-22; Handelingen 2:38;
22:16; Romeinen 6:17-18.
Daar God al uw zonden uit uw voorafgaand leven heeft vergeven, zal Hij u
nu behandelen alsof u nooit gezondigd hebt. Hebreën 10:16-17. Hij is uw
Vader. Romeinen 8:16-17; 2 Korintiërs 6:17-18.
Deze nieuwe verhouding tot God brengt veel zegeningen; God staat u bij in uw
eenzaamheid. Hebreën 13:6; 2 Timotheus 4:16-17. Door gebed kunt u
vergeving van zonden verkrijgen. Het hangt van uzelf af of deze verhouding wordt
bestendigd. Jacobus 4:8. Omdat God door Christus onze zonden heeft vergeven,
moeten wij Hem voor deze grote gunst altijd dankbaar blijven. Het is zo
gemakkelijk gunsten die anderen ons bewezen hebben, te vergeten. De Christenen
doen dat wel eens: Openbaring 2:4.
Gods volk vergat Zijn goedheid in het Oude Testament vaak! Jeremia 2:32.
Dit is gewoonlijk het begin van afvalligheid.
2. Het betekent dat men niet zichzelf
toebehoort
Christenen behoren God toe, omdat Hij hen gekocht heeft met het offer van Christus.
1 Korintiërs 6:19-20; 2 Korintiërs 5:14-15; 1 Petrus 1:18-19.
Wij kunnen niet "doen wat we willen". Dit betekent, dat men nooit ophoud
God te dienen. Of het nu is onder het
werk, thuis of onder het spel, wij behoren God altijd toe. Zijn wil komt op
de eerste plaats, "al het andere" op de tweede.
Wij moeten een voorbeeld nemen aan Christus' gebed in Mattheus 26:39.
Godsvrucht is dus geen zaak van zo nu en dan naar de kerk gaan, maar het
houdt in dat men in alles Gods wil doet, elke dag! Matteus 6:33; Romeinen 6:12-13, 19
Wanneer men nauwgezet en ijverig zijn werk doet, dient men God: Romeinen 12:11. En een vrouw, die met toewijding
haar huiselijke plichten vervult, dient God ook. 1 Timotheus 5:14. Met elke
eerlijke en eerzame bezigheid dienen wij God.
3. Het betekent dat men een nieuw leven is
begonnen
Nergens wordt de gedachte van een nieuw leven zo goed uitgedrukt als in Romeinen 6:4, waarin deze overgang
wordt vergeleken met een persoon die sterft en weer tot leven komt. Voor de een is deze overgang groter en
moeilijker dan voor de ander. Het hangt er voornamelijk van af, wat voor leven
men tot dan toe geleid heeft. Voor een man als Cornelius was het niet moeilijk.
Zie Handelingen 10:1-6. Voor sommige Christenen uit
Korinte was het wel moeilijk. Zie 1 Korinthiërs 6:9-11.
Zoals we gezien hebben, maakt God dit nieuwe leven mogelijk, door alle vroeger
begane zonden te vergeven. Het is niet
waarschijnlijk, dat men meteen en volledig niet zijn oude leven kan breken.
Niet alleen zal het moeilijk zijn oude gewoonten
op te geven, maar ook kan vervolging de moeilijkheden nog vergroten. Die vervolging kan lichamelijk zijn.Soms echter kwetst spot
de mens nog meer. Het doet pijn door zijn oude vrienden verstoten te worden. Zie 1 Petrus
4:3-4; Lucas 6:22-23; Matteus 10:22.
Zo groot is deze overgang, dat Jezus er over sprak als over "opnieuw geboren
worden". Johannes 3:3. Natuurlijk verleent God Zijn nieuwe kinderen
hulp in dit nieuwe leven. Deze hulp wordt beschreven in 1
Korintiërs 10:13; Filippenzen 4:13.
4. Het betekent dat men een gelukkig leven is
begonnen
In Bijbelse tijden was het eén grote vreugde wanneer men Christen werd.
Handelingen 2:41; 8:39. Deze vreugde wordt in de eerste plaats veroorzaakt
door het besef dat men met God in vrede is. De wetenschap dat wij kinderen zijn van
een Koning en dat ons een groot erfgoed te wachten staat, maakt ons gelukkig.
Johannes 14:1-14.
In Romeinen 8:17 wordt gezegd, dat wij mede-erfgenaam
zijn van al de heerlijkheid en glorie van Christus zelf. Een ieder die verlangend uitziet naar een oord (de
Hemel). zoals beschreven wordt in Openbaring 21, kan beslist gelukkig zijn.
Ons geluk wordt dus veroorzaakt door de vreugde over de Christelijke gemeenschap,
door goed te doen aan anderen, door Gods Woord te onderwijzen en door vele andere voorrechten. Het is geen
wonder, dat wij worden opgeroepen ons "in
de Here te verblijden". Filippenzen 4:4
Vorige
|