Waar luisteren we naar? 
Een waarschuwing tegen valse profeten.

 


Jeremia 23:16-29

De profeten in het oude Israėl hadden als taak aan het volk het woord van God te verkondigen - zo ook Jeremia. Als God
hem roept, raakt Hij Jeremia's mond aan en zegt: »Zie, Ik leg mijn woorden in uw mond.«
Deze machtiging is belangrijk voor Jeremia, want de inhoud van de boodschappen is alles behalve aangenaam voor de ontvangers. De inwoners van Juda hadden God verlaten en zich tot afgoden gekeerd. Daarom zal God, nadat het noordelijke rijk Israėl al zo'n honderd jaar geleden is bezet, nu ook tegen Jeruzalem vijandelijke koningen laten optrekken die de stad zullen belegeren.
Jeremia moet dit godsgericht gaan verkondigen. En dat is een taak die het uiterste van Jeremia vergt. Omdat hij geen delen van Gods woord wegstreept, wordt hij door koningen, ministers, priesters en andere profeten veracht. Maar hij vervult zijn dienst met grote overgave, alhoewel het hem niet gemakkelijk valt de wil van God voor zijn leven te accepteren.
Maar het volk luistert niet naar hem. De mensen zijn niet bereid te erkennen dat Jeremia de spreekbuis van God is. Deze boodschap vinden ze te hard en onaanvaardbaar.

Maar: waar luistert Gods volk dan wel naar?

Eigenlijk hadden de Israėlieten maar twee mogelijkheden: of ze luisterden naar ware of naar zelf uitgekozen, valse profeten. Helaas moest Jeremia meemaken dat »zijn kerkbanken« steeds leger werden. Er was nauwelijks nog iemand die naar zijn oordeelspreken wilde luisteren, de mensen liepen veel liever naar de profeten die een boodschap brachten die er inging als zoete koek.
God kan dat gewoon niet meer aanzien en geeft Jeremia daarom de opdracht de goddelijke waarschuwingvoor de valse profeten aan het volk door te geven... van de bovenstaande tekst lezen we nog eens de eerste twee verzen (vers 16 en 17): »Zo zegt de HERE der heerscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken, dat gij u aan een ijdele waan overgeeft, zij spreken het gezicht van hun eigen hart, niet uit des HEREN mond. Zij zeggen voortdurend tot wie Mij verachten: De HERE heeft gesproken: gij
zult vrede hebben; en tot ieder die wandelt in verstoktheid van hart, zeggen zij: geen kwaad zal u overkomen.
«

Wat is er eigenlijk mis met de valse profeten?

Wat is er »vals(verkeerd)« aan de valse profeten? Ze hebben er waarschijnlijk net zo uitgezien als echte profeten. Ze hebben in ieder geval ook het vrome jargon gebruikt - bijv.: »Zo spreekt de Heer« of »Sjaloom!« (bijv. Jeremia 23:17).

Ze gebruiken vrome woorden, maar spreken niet Gods woord. Ze zeggen nogal gauw dat ze »een woord van God« hebben. Dat hebben we zojuist gelezen. »Zo spreekt de Heer.« Dat komt heel snel over hun lippen. Ook met hun veelbetekenende dromen maken ze iedereen maar wat wijs en maken er aanspraak op dat God door hen tot het volk heeft gesproken. Maar God ziet het iets anders: Hij zegt dat deze valse profeten het volk met hun holle frasen misleiden. Want hun boodschap klinkt wel vroom, maar vindt zijn oorsprong
niet in God, maar in het hart van de valse profeten.

Ze prediken hun eigen wensdromen. Nog erger: ze vertellen het volk wat het horen wil (vlg. Micha 2:11; 3:9-11).
Tot de Israėlieten die zich van God hebben afgekeerd, zeggen ze dat ze zeker kunnen zijn van de »sjaloom«, de allesomvattende vrede van God (vgl. Jeremia 6:14; 23:17; 27:9). Geen ongeluk zal hen, van wie het hart ongevoelig is geworden voor het spreken van God, treffen. Ze prediken daarmee precies het tegenovergestelde van wat Jeremia moest prediken. Ze spreken over vrede waar geen vrede is. Ze wiegen het volk met valse zekerheid in slaap door het voor te spiegelen dat er niets met hen zal gebeuren. 
Vanzelfsprekend kan hun boodschap niet de volmacht van God hebben, want ze hebben helemaal geen verbinding met God.

Ze hebben geen lijntje naar God. God Zelf bevestigt dat: geen van de valse profeten heeft in de »raad des Heren« gestaan en naar zijn woorden gehoord. Geen van hen heeft God geroepen en tot geen van hen heeft Hij gesproken. Het bewijs daarvoor kon elke Israėliet overigens zelf leveren. Men hoefde hun boodschap alleen maar te toetsen. Een kenmerk van een ware profeet was namelijk dat zijn uitspraken overeenkwamen met de boodschap van andere ware profeten - en bovenal met de wet van Mozes (vgl. Deuteronomium 18:22) »Als een profeet spreekt in de naam des HEREN en zijn woord wordt niet vervuld en komt niet uit... «.De laatste woorden kan men vertalen met »het woord is niet« ofwel »bestaat niet«, d.w.z. het is niet houdbaar en geldig in vergelijking met de boodschap van andere ware profeten!).
Dat was bij de valse profeten klaarblijkelijk niet het geval, want anders zouden ze in verband met de slechte moraal van het volk over bekering en berouw hebben gepredikt. Alsof het niet genoeg was dat ze valse leringen verspreidden, leefden ze ook zelf in zonde en sterkten anderen erin.

Ze leven in zonde en sterken anderen erin. Daarover kunnen we in de verzen 11 en 13-14 lezen. Ze pleegden echtbreuk en schuwden ook leugen en bedrog niet. En dat vonden ze niet alleen zelf niet verkeerd, maar ze sterkten ook anderen in hun goddeloze handelingen (vgl. Jesaja 28:7vv; Micha 3:5; Jeremia 29:21-23).
Al deze dingen, hun valse boodschap en hun slechte voorbeeld kunnen er tenslotte alleen maar toe leiden dat de »naam van God« bij Zijn volk in vergetelheid raakt (v. 27; vgl. Deuteronomium 13:1-4).

Door hen raakt God in vergetelheid. Het wordt niet meer nodig gevonden berouw te hebben en tot God terug te keren (v.14). Geen wonder, als er aldoor gezegd wordt: »Het is wel goed, zoals je leeft!« Hoe God daartegenover staat, kunnen we ook in de tekst lezen. Hij zal het niet al te lang aanzien hoe deze valse profeten zijn volk verleiden en in het verderf storten. Hij zal hen berechten (v 19).
Het is interessant dat er niet alleen in het Oude Testament valse profeten waren. In de brieven in het Nieuwe Testament zijn vele teksten waarmee voor »dwaalleraren« wordt gewaarschuwd. Over hen wordt net zoiets gezegd als over de valse profeten in het Oude Testament. In Kolossenzen 2:23 staat dat deze dwaalleraren in een »roep van wijsheid« staan door uiterlijke vroomheid en nederigheid. Ook zij doen dus alleen maar vroom, maar zijn in werkelijkheid wolven in schaapskleren, die verkeerde ideeėn over God verspreiden en bovendien door hun levensstijl God verachten en daar ook anderen in meetrekken.

Luister niet naar aantrekkelijke leugens!
Net zoals het volk van Israėl zich door de leugens van de valse profeten liet inpalmen, zo zijn er voor ons, christenen van de 21e eeuw, vele aantrekkelijke leugens waarin we verstrikt kunnen raken.
Een daarvan lijkt precies op de leugen waar de inwoners van Juda intrapten: 

* Het is niet zo erg als ik zondig!
Ik ben er bijna zeker van dat niemand van ons die van ganser harte een volgeling van Jezus wil zijn dat zo zou zeggen. Maar hoe ziet de werkelijkheid, hoe ziet onze handelswijze eruit? Denken we misschien ook wel eens:
»Omdat Jezus de straf van God voor onze schuld heeft gedragen, is het niet meer zo erg om te zondigen!« 
We mogen de gave van vergeving zeker aannemen en dat moeten we ook steeds weer doen. Maar dat zou ertoe moeten leiden dat we uit dankbaarheid consequent Jezus volgen en de zonde niet toelaten. Op dezelfde manier als Israėl destijds, zouden wij als Gods volk Zijn heiligheid op aarde moeten vertegenwoordigen. Er staat dus werkelijk iets op het spel - we mogen niet verwachten dat God grote dingen door ons zal doen, als we in deze, weliswaar aantrekkelijke, leugen verstrikt raken! 
Een tweede zeer aantrekkelijke leugen:

* God vervult al mijn wensen! 
Een prediker zei eens: »We beschouwen Jezus vaak als de apotheek voor onze vrome en minder vrome behoeftes. Als ik een pijntje heb, dan ga ik naar Jezus - Hij geneest me.« Dat komt ook weer overeen met de houding van de valse profeten en het volk van Israėl in deze tekst. De profeten voorspelden wat er in hun eigen hart leefde en ze pasten hun boodschap aan dat wat hun toehoorders graag wilden horen (vgl. Jeremia 14:14).
Ik geloof dat ook dat een leugen is die zeer aantrekkelijk lijkt en die we graag willen geloven. We denken te weten wat goed voor ons is, wat we nodig hebben om gelukkig te zijn en spannen dan God voor ons karretje en maken Hem tot iemand die in al onze behoeftes moet voorzien. Het is wonderlijk genoeg wel zo dat God je wil geven »wat je hart verlangt« (Psalm 37:4). Maar de voorwaarde daarvoor is dat je »je verlustigt in de Here«, dat het je doel is om meer op Jezus te gaan lijken. Als dat steeds meer werkelijkheid in je leven wordt, dan zullen ook je persoonlijke wensen en verlangens steeds meer met de wil van God gaan overeenstemmen.
Ik geloof dat er nog een derde leugen is:

* Ik heb de Bijbel niet nodig - God spreekt rechtstreeks tot mij!
Jeremia beschrijft in vers 25 hoe de profeten steeds druk zijn met het rondbazuinen van hun nieuwste dromen. »Ik heb gedroomd,
ik heb gedroomd!
« 
De valse profeten hebben niet de moeite gedaan om consequent voor God te leven en ernstig naar Zijn wil te vragen. En omdat God zich niet aan hen openbaarde, interpreteerden ze iedere droom en iedere wens van hun hart als de wil van God. En ik geloof dat wij ook gevaar lopen ons net zo te gedragen. 
Maar de »zachte stem van God«, of hoe we dat ook maar mogen noemen, zal ons nooit van de noodzaak ontslaan om ons intensief met het woord van God, de Bijbel, bezig te houden. Het is natuurlijk gemakkelijker als God me altijd duidelijk en uitdrukkelijk zegt, wat Hij in een bepaalde situatie van me verlangt.
Maar God heeft zoveel over Zijn karakter, over Zijn wezen en over Zijn wil geopenbaard dat we niets over de kennis over God hoeven te missen. Daarom zouden we ons leven lang ijverige »bijbeldetectives« moeten zijn. Precies bekijken wat Gods woord zegt en vragen wat het betekent. Als we dat eerlijk en vol overgave doen, zal God zich door ons laten kennen en ons karakter vormen en ons veranderen!
Dan kan het avontuur beginnen en zullen we deze kennis over God naar het leven van alledag vertalen en toepassen. 
God wil graag dat we volwassen worden, mensen met een eigen verantwoordelijkheid, die op een heel natuurlijke manier beslissingen nemen en te werk gaan omdat ze weten wat God in Zijn woord zegt. Daarom blijft het niet bij de negatieve oproep: »luister niet
naar aantrekkelijke leugens!«,maar krijgen we een duidelijke opdracht:

Luister naar Gods machtige woord!
In plaats van naar leugens te luisteren, moeten we naar het woord van God zelf gaan! Je eigen wensen en voorstellingen over God zijn niet maatgevend, maar dat wat God over Zichzelf zegt!
Dat wordt in de verzen 28 en 29 van Jeremia 23 duidelijk: niets kan met het Woord van God concurreren. Al het andere verbleekt en werkt niet in vergelijking met Zijn macht. De beschrijving van het woord van God in vers 29 is indrukwekkend.
Gods woord is niet altijd fluweelzacht, maar ook wel eens bikkelhard! Jeremia had het aan den lijve ondervonden. Gods woord zette zijn leven totaal op de kop. Dat bracht voor hem heel wat problemen te weeg.
Maar hij leefde in de tegenwoordigheid van God, hield zijn oren gespitst op hétgeen uit Gods mond kwam en was tenslotte ook bereid de wil van God te doen - ook als hij persoonlijk wel eens een gemakkelijker weg had willen gaan. En ik ben er zeker van: Jeremia was er aan het eind van zijn leven zeker van dat hij gedaan had waartoe God hem had geroepen. En uiteindelijk is dat hetgeen wat telt.
Ik zou graag willen dat we er allemaal steeds meer op leren te letten bij wie we ons oor te luisteren leggen. Dat we niet zwichten voor aantrekkelijke leugens, maar naar Gods machtige woord luisteren.
Dat zal ons leven veranderen - omdat God ons tot mensen zal maken die volgens Zijn plan leven. 

(
Artikel deels overgenomen uit christelijk magazine)


Vorige