Tempel


We zien in de wereld vele plaatsen waar men een of andere god vereert. Deze verering gaat met veel uiterlijk vertoon gepaard. Vaak zijn de gebouwen waarin de verering gebeurt groot en indrukwekkend en hebben ze veel geld gekost. Daaruit kunnen we afleiden dat de mens een drang heeft om zijn god te vereren op een bepaalde plaats. Ook veel christelijke strekkingen vallen onder dit gedragspatroon. Is dit de wil van God? Laten we dit eens doorheen de geschiedenis van de bijbel bekijken.

Hebreeen 11:8 Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, in gehoorzaamheid getrokken naar een plaats, die hij ter erfenis zou ontvangen, en hij vertrok, zonder te weten waar hij komen zou.9 Door het geloof heeft hij vertoefd in het land der belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaak en Jakob, die medeerfgenamen waren van dezelfde belofte;10 want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.

Reeds Abraham verwachtte een stad waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.Abraham moest van de Here naar het land gaan dat Hij hem zou wijzen. Op de weg naar het beloofde land had God het volk Israel bevolen om een tabernakel op te richten, di het Latijnse woord voor tent.

God gebood Mozes op de berg Sinai hoe de tabernakel moest worden gemaakt..

Exodus 25:8 En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen.9 Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al zijn gerei.

Exodus 40:33 Hij richtte de voorhof op rondom de tabernakel en het altaar, en hij hing het gordijn voor de poort van de voorhof op. Zo voleindigde Mozes het werk.34 En de wolk bedekte de tent der samenkomst, en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel,35 zodat Mozes de tent der samenkomst niet kon binnengaan, want de wolk rustte daarop, en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel.36 Wanneer de wolk zich verhief van boven de tabernakel, braken de Israelieten op, op al hun tochten.37 Maar indien de wolk zich niet verhief, dan braken zij niet op tot de dag, dat zij zich verhief.38 Want op de tabernakel rustte des daags de wolk des Heren, en des nachts was er een vuur in voor de ogen van het gehele huis Israel, op al zijn tochten.

Numeri 9:15-23

De Here had een verbond met Israel gesloten en was hun tot een God en Hij leidde hen op weg naar het beloofde land. Hieruit verstaan we ook de symboliek van de tabernakel. De tent bestond uit het voorhof, het heilige en het heilige der heilige. Deze laatste plaats was alleen toegankelijk voor de hogepriester om er eenmaal per jaar verzoening te doen voor de zonden van zichzelf en van het volk. De hogepriester had supervisie over de hele eredienst en over de tempel en hij stond in voor het brengen van verschillende offers. Hij was de middelaar tussen God en het volk. Toch was er nog een scheiding tussen God en de mens, want alleen de hogepriester had toegang tot de plaats waar de heerlijkheid des Heren vertoefde.

Leviticus 16:29 Dit zal u tot een altoosdurende inzetting zijn: in de zevende maand op de tiende der maand zult gij u verootmoedigen en generlei werk doen, zomin de geboren Israeliet als de vreemdeling, die in uw midden vertoeft.30 Want op deze dag zal over u verzoening gedaan worden, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij gereinigd worden voor het aangezicht des Heren.31 Het zal u een volkomen sabbat zijn en gij zult u verootmoedigen, het is een altoosdurende inzetting.32 En de verzoening zal de priester doen, die men gezalfd heeft en die men gewijd heeft, om in zijns vaders plaats het priesterambt te bekleden; hij zal de linnen klederen, de heilige klederen, aantrekken;33 het heilige der heiligen zal hij verzoenen, ook de tent der samenkomst en het altaar zal hij verzoenen, en over de priesters en het ganse volk der gemeente verzoening doen.34 En dit zal u een altoosdurende inzetting zijn, ten einde verzoening te doen over de Israelieten om al hun zonden, eenmaal in het jaar. En hij deed, zoals de Here Mozes bevolen had.

Dan zien we doorheen de geschiedenis van het Joodse volk dat zij niet in staat waren om God te dienen op een voor Hem welbehaaglijke wijze. Dit was niet het beloofde wat God met ons mensen voorhad, het was een afspiegeling van hetgeen moest komen.

Hebreëen 11:39 Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen,40 daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.

God beloofde een Verlosser, een Messias die de weg opent naar het beloofde land, het koninkrijk Gods.

Jesaja 9:6 Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.7 Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de Here der heerscharen zal dit doen.

Jesaja 57:14-21.

Jesaja 59:20 Maar als Verlosser komt Hij voor Sion en voor wie zich in Jakob van overtreding bekeren, luidt het woord des Heren.21 En wat Mij aangaat, dit is mijn verbond met hen, zegt de Here. Mijn Geest, die op u is, en mijn woorden, die Ik in uw mond gelegd heb, zullen niet wijken uit uw mond noch uit de mond van uw kroost, noch uit de mond van het kroost van uw kroost, zegt de Here, van nu aan tot in eeuwigheid.

Het nieuwe verbond dat de Here met de mensenkinderen wilde aangaan was een eeuwig verbond en het was Jezus die dit vervulde en het Koninkrijk stichtte.

Lukas 17:20 En op de vraag der Farizeeen, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, antwoordde Hij hun en zeide: Het Koninkrijk Gods komt niet zo, dat het te berekenen is;21 ook zal men niet zeggen: zie, hier is het of daar! Want zie, het Koninkrijk Gods is bij u.

Lukas 22:29 En Ik beschik u het Koninkrijk, gelijk mijn Vader het Mij beschikt heeft,

Johannes 18:36 Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier.

Romeinen 14:17 Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de Heilige Geest

Kolossensen 1:13 Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde,

2 Timotheus 4:18 De Here zal mij beveiligen tegen alle boos opzet en behouden in zijn hemels Koninkrijk brengen.

Filipenzen 3:20 Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten,21 die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.

Tegen Nicodemus zegt Jezus dat tenzij iemand wordt geboren uit water en Geest, deze het Koninkrijk Gods niet kan binnengaan. Maar hen die gedoopt zijn worden kinderen Gods genoemd, burgers van het hemelrijk, het nieuwe Jeruzalem, van waaruit wij Jezus verwachten om ons thuis te brengen.Enkele Farizeeen vroegen Jezus om een teken dat Hem de bevoegdheid gaf om de dingen te doen die Hij deed.

Johannes 2:13-21

Jezus zag dat het Joodse volk de tempel Gods tot een verkoophuis hadden gemaakt, daaruit kan je ook afleiden hoe het met hun hart was gesteld. Ze hadden geen eerbied en ontzag meer voor God.

1 Petrus 2:5 en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus.9 Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht:10 u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen.11 Geliefden, ik vermaan u als bijwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen uw ziel;12 en dat gij een goede wandel leidt onder de heidenen

Jesaja 66:1 Zo zegt de Here: De hemel is mijn troon en de aarde de voetbank mijner voeten, waar zou dan het huis zijn, dat gij Mij zoudt bouwen, en waar de plaats mijner rust?

God woont niet in tempels die door handen zijn gemaakt, maar Hij heeft woning gemaakt in de harten van Zijn kinderen.

Ef 3:17 opdat Christus door het geloof in uw harten woning make.

1 Cor 3:16 Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?17 Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!

1Cor 6:12-20.

 

Vorige