|
(Alle teksten
zijn overgenomen uit de NBG tenzij anders aangegeven)
(P Canisius vert) Psalm 133:1 Een bedevaartslied. Van David. Zie, hoe goed en lieflijk het is, Als broeders eendrachtig samen zijn Vandaag wil ik het hebben over eenheid. David spreekt ervan dat eenheid goed en lieflijk is, dat het goed is om hetzelfde doel na te streven en dezelfde normen en waarden te hebben. Maar we zien de dag van vandaag dat eenheid ver weg is, zowel in de gemeente als in de huisgezinnen is er geen eenheid meer. Ieder heeft zijn eigen gedachten, mensen verschillen vaak van mening over onbelangrijke dingen en laten het zelfs tot verdeeldheid komen. Ook zie vaak dat de mensen er plezier in hebben om andere mensen in een slecht daglicht te stellen. Stel je voor dat dit in Gods gemeente gebeurt? Volgens Paulus is er onder Gods kinderen een grote drang naar eenheid, omdat we hiertoe door God geroepen zijn. Ef 4:1 Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt,2 met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen,3 en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes:4 een lichaam en een Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping,5 een Here, een geloof, een doop,6 een God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen. Als christen behoren we te leren wat eenheid is en als we het weten dat moeten we proberen om eenheid na te streven. Gezien eenheid altijd te bekomen is met meer dan 1 persoon, bestaat de mogelijkheid dat er verschillende gedachten zijn. Paulus zegt daarom dat het belangrijk is om elkander te behandelen met nederigheid, in zachtmoedigheid, met geduld en om elkander te verdragen. Dit alles behoort in liefde te gebeuren en we moeten er ernstig mee bezig zijn omdat het de wil van God is dat we in eenheid blijven. Het is niet iets wat zomaar gebeurt, we moeten ons er voor inzetten. Indien we fouten zien bij anderen dan moeten we geduld met hen hebben en hen proberen te helpen. We moeten elkander aanvullen daar waar dat nodig is en elkander tot steun zijn. Want als er geen eenheid is dan is er verdeeldheid. Mattheus 12:25 Maar Hij kende hun gedachten en zeide tot hen: Ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat ten onder, en geen stad of huis, tegen zichzelf verdeeld, zal standhouden. Col 1:13 Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, Eenheid kunnen we verkrijgen als we richten naar wat God wil en niet naar onze eigen wil. Want wij zijn burgers van een hemels Koninkrijk waarvan Jezus de Koning is, indien wij dan leven als zouden wij een ander koninkrijk toebehoren dan zijn we verdeeld, want je kan niet en God en de satan dienen en toebehoren. 1 Cor 1:10 (CANIS) Broeders, ik bezweer u uit naam van onzen Heer Jesus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij volkomen één zijt in dezelfde gezindheid en dezelfde overtuiging. Welke overtuiging hebben wij? Spreken wij
allemaal hetzelfde? Zijn er scheuring onder ons? Welke gezindheid hebben
wij? Is ons leven en onze overtuiging nog zoals voorheen, toen we nog geen
christen waren, is je geloof wel gebaseerd op Gods Woord, of ben je een
navolger van mensen? Ben je een ruziestoker of een ontevreden persoon? Zal
jij dan mee kunnen werken om eenheid te kunnen hebben? Begrijp je wel wat
eenheid is en hoe belangrijk het is? Wel, er was eens een vader die aan zijn
zoon vroeg om een stok te breken. De zoon nam de stok en brak hem zonder
probleem. Daarna nam de vader meerder stokjes samen en vroeg weer aan de
zoon om deze te breken, maar de zoon kon het niet omdat ze samen waren. Joh
17:17,20-23. Nadat
Jezus bidt voor zijn apostelen dat ze zich mogen heiligen in de waarheid
(vs17), bidt hij ook voor al degenen die door de woorden van de apostelen in
Hem zouden geloven, dat ze allen één mogen zijn. Maar eenheid kan er
alleen zijn in de woorden van God, in Zijn Waarheid. Deut 29:29 De verborgen dingen zijn voor de Here, onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen voor altijd, opdat wij al de woorden dezer wet volbrengen. Jesaja 55:9 Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten. Geen eenheid hebben is hetzelfde als een kanker, het tast het gehele lichaam aan, daarom moeten we oppassen dat we geen verdeeldheid veroorzaken. Hand 2:41-46. Rom 13::13 Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd!14 Maar doet de Here Jezus Christus aan en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt. Als we eerbaar wandelen met Gods Woorden als
gids op ons leven dan zullen de ongeestelijke dingen van het leven voor ons
niet meer betekenen en kunnen we onderscheiden waar het op aan komt, wat de
wil van God is. Dan hebben de aanvallen van satan geen nut en kunnen ze
niets doen. Rom 6:17 Maar Gode zij dank: gij waart slaven der zonde, doch gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die u overgeleverd is;18 en, vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid. Fil 1:27 Alleen, gedraagt u waardig het evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat gij vaststaat in een geest, een van ziel medestrijdende voor het geloof aan het evangelie, 2:1 Indien er dan enig beroep op u gedaan mag worden in Christus, indien er enige bemoediging is der liefde, indien er enige gemeenschap is des geestes, indien er enige ontferming en barmhartigheid is,2 maakt dan mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, een in liefdebetoon, een van ziel, een in streven,3 zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang,4 maar ieder lette ook op dat van anderen.5 Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was,14 maar een ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.
|