Als christenen trekken wij in dit leven een recht spoor dat leidt naar de hemel. Net zoals een boer een span ossen leidt,
trekt hij rechte sporen op zijn akker. Een christen die naar waarheid
handelt zal ook rechte sporen trekken, maar een christen die naar
ongerechtigheid handelt zal een ander spoor trekken.
Hoofdtekst Efeziërs 5:3-17
Hoe ga je om met je vriend(in), partner, collega, baas, ... als deze een
hoereerder, een egoist, een lasteraar (iemand die vuile taal gebruikt,
vloekt), een geldgierige, een afgodendienaar,... is. Hoe gaan we om met
kerken, bewegingen, mensen die een valse leer verkondigen?
1. Laat niemand u
misleiden met drogredenen. (vs6)
a. De toorn van God komt over de kinderen der ongehoorzaamheid.
b. Vele mensen proberen deze dingen goed te praten.
- Ze
vergeten dat de toorn van God komt over allen die zondigen. Galaten
5:19-21 Dit kan zowel een niet-christen zijn alsook een ontrouwe christen.
- Men
probeert zonde goed te praten door Gods Woord te verdraaien ipv zich te
bekeren.
De muur tussen waarheid en leugen is afgebroken.
2 Doet niet met hen mee. (vs7,11a)
a. Doe niet mee met zondaars alsof alles in
orde is.
b. Dit vraagt opoffering van jou.
-
Waarom zou je als christen willen terugkeren naar de zonde door met hen
mee te doen?
- Het
ongoddelijke, immorele leven staat recht tegenover de vreugde van een
christen. Waarom zou je dit opgeven voor een moment? Waarom zou je
God tegenwerken als je Hem liefhebt?
-
Eeuwig leven is zo veel meer dan we kunnen bevatten, zou je het willen
riskeren te verliezen door zonde?
c. Een christen behoort:
-
zich niet te gedragen zoals slechte mensen.
-
niet mee te doen met slechte mensen.
-
zich niet in te laten met hun slechte gedachten.
-
zich niet te begeven op plaatsen waar men zondigt.
-
niet te werken op plaatsen of met mensen waar dingen worden gemaakt die
schade toebrengen aan de ziel van een mens.
-
niet te huwen met een niet christen. De wereld zal zeggen; als je maar
gelukkig bent en het goed voelt dan is het ok. God zegt om het niet te
doen. Wie is je Raadsman?
Enkele voorbeelden, lid zijn van een wereldse muziekgroep die de lusten
van de wereld verkondigd, werken voor roddelbladen of in wapenfabrieken,
of in het leger, of als een hoer. Deze beroepen brengen schade toe aan
de zielen van mensen. Een christen behoort juist mee te werken aan de
redding van zielen.
3. Toets wat de Here
welbehaaglijk is. (vs 10)
a. Wandel als kinderen van het Licht
- Johannes 3:16-21 kinderen van het Licht
gaan tot het Licht. Als we zeggen dat het zo nauw niet komt, dan maken
we Jezus tot een leugenaar.
b. Draag de vruchten van het Licht
-
goedheid (zachtaardig, goed karakter, eerbaar gedrag naar anderen)
-
gerechtigheid (verwijst naar datgene wat alleen juist is om te doen)
-
waarheid (is datgene wat zo waar is als een feit vb gras is groen, staat
tegenover leugens en misleiding) Johannes 17:17 Gods Woord is
waarheid!
c. Zoek niet wat in jouw ogen goed is. Vele mensen passen Gods
waarheid aan aan hun gedachten ipv dat ze zoeken wat voor de Here
aangenaam is. Hij is God, niet wij!
d. Denk niet, vind ik dit goed? Nee, denk, zou God dit
goedvinden?
4. Ontmasker de
onvruchtbare werken der duisternis (vs 11b)
a. Gods kinderen mogen niet
-
neutraal zijn als het op zonde aankomt.
-
zonde uit de weg gaan.(denk niet, ik zal maar beter zwijgen)
-
Soms lijkt het veiliger en gemakkelijker om te zwijgen.
- Dit is minder confronterend en vrediger.
- Probeer niet hun vriend te blijven ten koste van de waarheid (Jakobus
4:4)
b. Kom op voor Gods Woord, kom op voor de waarheid.
- Als
iemand in zonde leeft moet hij zich bekeren.
- Jij behoort zonde te weerstaan in woord en in daad.
- Wees een positieve invloed op zondaars.
- Laat je licht schijnen over zijn zonde. Zeg waar het op staat.
- De
meerderheid van de mensen gaat niet akkoord met Gods Woord
- zij zullen tegen je ingaan. (Lucas 6:22)
- Probeer hen niet goed te laten voelen met hun zondige leven door niets
te zeggen. Alsof het allemaal niet zo erg is.
- Door op te komen voor de waarheid zou het kunnen dat zondaars hun
zonden gaan belijden
5. Conclusie.
2 Korintiërs 6:14-7:1
Vorige