De profeten van het nieuwe testament


Het woordje profeet komt van het Griekse woordje (prophetes) en dit betekent  'een woordvoerder van God, iemand die onder leiding van de Heilige Geest de wil van God bekend maakt, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling'.

Het nieuwe testament begint met de geboorte van Jezus. Belangrijk daarbij op te merken is dat er steeds op wordt gewezen dat hetgeen gebeurde een vervulling was van de profetiën van het oude testament. (vb Matteus 1:22; 2:5; 2:15; 2:17;...) Daarom ook dat Jezus zegt dat Hij gekomen is om de wet en de profeten te vervullen. (Matteus 5:17)

Lukas 1:70 gelijk Hij gesproken heeft door de mond zijner heilige profeten van oudsher

Jezus is de profeet waarvan God door 'de heilige profeten van oudsher' heeft gesproken. Hij is de profeet waarvan Mozes zei dat God een profeet zou verwekken naar wie allen moeten luisteren, want deze zou alles zeggen wat God Hem gebood. Handelingen 3:18-26, Deuteronomium 18:15-19

Een profeet is een woordvoerder voor God.

Een profeet is in de algemene betekenis, een woordvoerder van iemand, zo blijkt ook uit het volgende:

Exodus 4:15 Dan zult gij tot hem spreken en de woorden in zijn mond leggen, en Ik zal zijn met uw mond en zijn mond en Ik zal u leren, wat gij doen moet.16 Hij zal voor u tot het volk spreken en zo zal hij u tot een mond zijn en gij zult hem tot God zijn.

God zei tegen Mozes dat Aäron zijn woordvoerder zou zijn. God zou aan Mozes leren wat hij moest spreken en Mozes zou dit dan aan Aäron zeggen zodat Aäron tot het volk kon spreken. We zien dan ook dat Aäron de profeet van Mozes wordt genoemd.

Exodus 7:1 De Here echter zeide tot Mozes: Zie, Ik stel u als God voor Farao; en uw broeder Aaron zal uw profeet zijn.2 Gij zult alles zeggen wat Ik u gebied, en uw broeder Aaron zal bij Farao het woord voeren


Aan de apostelen werd de Trooster beloofd, die hen alles zou leren wat Jezus had gezegd. Het werk van de Trooster was om hen de weg te wijzen tot de volle waarheid, Hij zou hen de toekomst verkondigen. (Johannes 16:13-14)

Johannes 14:26 maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.

Daarom ook dat Paulus het volgende zegt:

2 Korintiërs 5:20 Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen.

Profeten spraken nooit uit eigen wil of van hun eigen gedachten.

Wat profeten spraken of schreven was niet gebaseerd op hun eigen interpretatie of gedachten. Neen, God gaf het hen wat ze moesten spreken of schrijven. 

2 Timoteus (St Vert) 3:16 Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;

De waarheden die de profeten spraken, kwamen niet uit henzelf maar ze kwamen rechtstreeks van God.

2 Petrus 1:20 Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat;21 want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.

Daarom ook dat alle profetiën, die door God zijn ingegeven, vervuld worden en waarheid zijn. 

Wie waren de profeten van het nieuwe testament?

Profeten in het nieuwe testament

Johannes de doper Lukas 1:76; Matteus 21:26; 21:46; Markus 11:32
Jezus Christus Matteus 21:11; Lukas 24:19; Johannes 4:19; 6:14; 7:40; 9:17; Hebreën 1:1
De apostelen Johannes 16:13-15; Handelingen 5:40-42
Marcus en Lucas Schreven elk een evangelie 
Enkele discipelen uit Efeze Handelingen 19:1-7
Enkele profeten uit Antiochië Handelingen 13:1
Enkele profeten uit Jeruzalem Handelingen 11:27
Agabus  Handelingen 21:10; 11:27-28
Judas en Silas Handelingen 15:32
4 dochters van Filippus Handelingen 21:8-9
2 getuigen  Openbaring 11:3

Opmerking: Het nieuwe testament is pas van kracht gegaan na de dood van Jezus (Hebreën 9:16), allen die profeteerden voor de dood van Jezus waren oudtestamentische profeten. Na Jezus dood waren zij nieuwtestamentische profeten.

Eigenschappen van profetie

Profetie 

een genadegave van de Geest naargelang het geloof Romeinen 12:7
een gave die niet aan elke christen werd gegeven 1 Korintiërs 12:8-10; 12:29
een gave die door God werd gegeven 1 Korintiërs 12:11,28; 2 Petrus 1:21; Efeziërs 3:4-5; 
profeten werden door God uitgezonden Lucas 11:49-50
profeten behoorden met de apostelen tot het fundament vd gemeente Efeziêrs 2:20
gegeven door uitstorting van de Heilige Geest aan de apostelen Handelingen 2:4,22
gegeven door handoplegging van de apostelen Handelingen 8:17
om de gelovigen te stichten, te vermanen en te bemoedigen 1 Korintiërs 14:3-5; 14: 14:26; Efeziërs 2:19-20; 4:11-15; Handelingen 15:32
een teken voor de gelovigen 1 Korintiërs 14:22
om toehoorders tot bekering te brengen door het Woord 1 Korintiërs 14:24-25; Hebreën 4:12-13
2 of 3 mochten het woord voeren 1 Korintiërs 14:29-31
gebeurde in goede orde 1 Korintiërs 14:32-33; 14:40
mannen zonder hoofdbedekking, vrouwen met 1 Korintiërs 11:4-5
vrouwen mochten niet profeteren in de gemeente 1 Korintiërs 14:34-36
de profetie moest worden beoordeeld door de anderen 1 Korintiërs 14:29; 1 Johannes 4:1; 1 Tessalonissenzen 5:20-21; 2 Petrus 1:20
profetie moest worden gehoord en bewaard Openbaring 1:3; 22:7
aan profetie mocht niets worden toegevoegd of weggelaten
(deze woorden zijn bedoeld voor het boek openbaring)
Openbaring 22:18-19
was soms de verkondiging van de nabije toekomst Openbaring 1:1; 22:6; Handelingen 11:28; 21:11

Profetie zou afgedaan hebben

1 Korintiërs 13:8 De liefde vergaat nimmermeer; maar profetieen, zij zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan hebben.9 Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren.10 Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben.

Paulus zegt aan de gemeente te Korinte dat oa profetie zal afgedaan hebben als het volmaakte is gekomen. (Jacobus 1:25
We hebben gezien dat de gemeente gebouwd is op het fundament van de apostelen en de profeten, het lichaam van Christus is tot stand gekomen, Gods Wil is geopenbaard. Het volmaakte is gekomen. 
Als we zeggen dat profetie nu nog aanwezig is in de gemeente, dan zeggen we ook dat het fundament van de gemeente nog niet volkomen is gelegd en dat de wil van God nog niet volledig is geopenbaard.
Dit zou betekenen dat we de volle kennis van Jezus Christus nog niet kennen en dat de volle waarheid er nog niet is. (Johannes 12:12-15).

2 Petrus 1:3 Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht;4 door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur

Vorige