|
Vorige
I Wat
gebeurde er in de hof van Eden?
II De oude slang, de satan, de duivel
III Zonde
IV De gevolgen van de zonde van de mens en
Eva
V Gij zult voorzeker sterven
VI Christus, het
antwoord op de geestelijke dood, Rom 5:12
VII Christus,
het antwoord op de lichamelijke dood,
1 Kor 15:20-22, 45-51
Conclusie:
1. Adam heeft zowel de lichamelijke dood als de geestelijke dood
geïntroduceerd in de wereld
2. Hoewel de toestand er hopeloos uitzag voor de mens heeft God de mens
genade geschonken in Christus.
"Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken
zou" 1 Joh 3:8. "Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven"
1 Joh 3:14a. "Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.
Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze
zonden" 1 Joh 4:9-10.
I Wat
gebeurde er in de hof van Eden?
"En de HERE God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren.
En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten,
maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven"
Gen 2:15-17. De mens mocht van alle bomen in de hof eten behalve van de
boom der kennis van goed en kwaad. Het gevolg van ongehoorzaamheid aan
dit gebod zou betekenen dat de mens zou sterven. De mens en Eva begrepen
het gebod Gods zo blijkt uit Eva's reactie naar de satan (Gen 3:2-3).
Voor de val leefde de mens in een zuivere en onschuldige vorm. God had
hem geschapen met een vrije wil om te kiezen tussen goed en kwaad. Eva
werd echter verleid door de slang (Gen 3:1) wanneer hij tegen haar zegt
"Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en
kwaad" Gen 3:4-5. De vrouw liet zich verleiden, koos ervoor
om ongehoorzaam te zijn door haar begeerten na te volgen en verleidde
Adam "En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij
at" Gen 3:6 (Vgl 2 Kor 11:3). Paulus zegt hier over "en Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding gevallen"
1 Tim 2:14. Johannes leert ons dat de slang die verleidt de satan is.
"En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met
hem" Opb 12:9.
Volgende
Terug naar lijst
II De oude slang, de satan, de duivel
Satan is "de overste van deze wereld"
Joh 12:31, want "de gehele wereld ligt in het boze"
1 Joh 5:19. Zondaars leven en handelen "overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der
ongehoorzaamheid" Ef 2:2,"ongelovigen,
wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen"
2 Kor 4:4. De satan is het die de gedachten van mensen met blindheid
heeft geslagen. "De satan zelf doet zich voor als een engel des
lichts" 2 Kor 11:14 en is er voortdurend op uit om de
mensenharten te vervullen met ongerechtigheid (Hand 5:3) en om hen te
verzoeken tot zonde (1 Kor 7:5). Bij Adam en Eva kwam de beïnvloeding niet van binnenuit, maar van buitenaf. Bij Kaïn lag de zondemacht als een belager aan de deur
(Gen 4:7). "Satan zette David aan, Israël te
tellen" 1 Kron 21:1. Tegen Petrus zegt Jezus: "Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt Mij een
aanstoot" Matt 16:23. Verder zegt Jezus tegen alle
discipelen "de satan heeft verlangd ulieden te ziften als de
tarwe" Luc 22:31. Jezus zelf werd door de duivel verleid, zodat Hij
"in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht
geweest" Hebr 4:15. Vgl met Matt 4:1-11; 1 Tim 5:15; Luk
8:12. "De duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal
verslinden" 1 Petr 5:8. Johannes schrijft hierover "Kinderkens, laat niemand u misleiden...
wie de zonde doet is uit de duivel, want de duivel zondigt van den
beginne" 1 Joh 3:7-8. De mens, geschapen met een vrije wil, heeft
zich doorheen zijn bestaan laten verleiden tot zonde. Zo zegt Jezus tegen het
volk Israel "Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der
leugen" Joh 8:44. Israel koos ervoor om de begeerten van hun
vader te doen en dit terwijl velen waaronder oa Jozua hen de keuze had
voorgehouden "indien het kwaad is in uw ogen, de Here te dienen, kiest dan heden, wie gij dienen
zult" Jozua 24:15. Satan berooft de mensen van een
leven met God (Ef 2:12-13) en maakt hen een slaaf van de zonde (Joh
8:34). Hij zorgt ervoor dat mensen vijandig gezind zijn tegenover God
wegens hun boze werken (Kol 1:21) door hen te vangen in een strik (1 Tim
3:7). Vgl met Rom 1:28-32.
Volgende
Terug naar lijst
III Zonde
"Ieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is
wetteloosheid" 1 Joh 3:4. Johannes leert ons ook hoe de
duivel mensen misleid, nl door "de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven"
1 Joh 2:16. Wanneer een mens zondigt dan komt dit voort uit zijn eigen
begeerte zoals Jacobus ons leert "Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking.
Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte.
Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood
voort" Jac 1:13-15 (vgl Mark 7:20-23). Zo werd ook Eva verleid en zondigde ze
door haar begeerten hierin te gehoorzamen (Gen 3:6). De boom zag er goed
uit om van te eten, de boom een lust was voor de ogen, de boom zou haar
verstandig maken.
Paulus leert ons dat alle mensen zich hebben laten verleiden
door de satan "want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid
Gods" Rom 3:23 en "niemand is rechtvaardig, ook niet een,
er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt; allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet
een" Rom 3:10-12. Iemand die in zonde leeft, is "levend
dood" (1 Tim 5:6), of anders gezegd geestelijk gescheiden
van God. Paulus zegt over zijn eigen leven het volgende "maar uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op; want zonder wet is de zonde dood.
Ik heb eertijds geleefd zonder wet; toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven,
en het gebod dat ten leven moest leiden, bleek voor mij juist ten dode te
zijn, want de zonde heeft uitgaande van het gebod, mij misleid en door middel daarvan
gedood" Rom 7:8-11. Paulus begon geestelijk te sterven en
was geestelijk dood door zijn overtredingen. Dus boze en verkeerde
begeerten leiden tot zonden en zonden resulteren in een geestelijke
dood. En we hebben reeds gezien dat het de satan is die "de gehele wereld
verleidt" tot zonde (Opb 12:9).
Volgende
Terug naar lijst
IV De gevolgen van de zonde van de mens en
Eva
Als gevolg van de zonde in de hof van Eden werden er door God
vervloekingen uitgesproken over de slang, de vrouw, de aardbodem en de
mens (Gen 3:14-19).
- De slang werd vervloekt onder alle dieren en er zou vijandschap
zijn tussen hem en de vrouw, tussen zijn zaad en haar zaad (Gen 3:14-15;
vgl Opb 12:17).
- De vrouw haar moeiten van de zwangerschap werden vermeerderd,
kinderen baren zou met smart gepaard gaan en haar begeerte zou naar haar
man uitgaan en hij zou over haar heersen (Gen 3:16; vgl 1 Tim 2:13-15).
- De aarbodem zou doornen en distels voortbrengen omdat de mens
naar zijn vrouw had geluisterd, iets wat daarvoor niet bestond (Gen
3:17-18; vgl Gen 1:11-12). De aardbodem moest vanaf nu worden bewerkt om
vruchten voort te brengen.
- De mens zou moeten zwoegen om te kunnen eten totdat hij zou
sterven (Gen 3:17,19).
Volgende
Terug naar lijst
V Gij zult voorzeker sterven
"Van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker
sterven" Gen 2:17. De dood was het gevolg van
ongehoorzaamheid aan God. Welke dood? Paulus zegt "door een mens
is de zonde de wereld binnengekomen en door de zonde de dood"
Rom 5:12. Jacobus leert ons enerzijds dat een lichaam zonder geest dood
is (Jac 2:26), daar waar Paulus spreekt over een geestelijke dood
veroorzaakt door
een mens zijn persoonlijke zonden en overtredingen (Ef 2:1; vgl Kol
2:13). Over dit geestelijke gescheiden zijn van God zegt Jezus "Ik heb u dan gezegd, dat gij in uw zonden zult sterven; want indien gij niet gelooft, dat Ik het ben, zult gij in uw zonden
sterven" Joh 8:24.
1. De mens leefde nog nadat hij uit de hof van Eden werd verdreven (Gen
4:1). Maar hij werd vanaf dat moment sterfelijk omdat hij geen toegang
meer had tot de boom des levens (Gen 2:9; 3:22-24).
2. God zegt door de profeet Jesaja dat een mens zijn zonden hem van God
scheiden en Zijn aangezicht voor hem verborgen doen zijn (Jes 59:1-2).
Hieruit begrijpen we dan ook dat de zonde van Adam 2 gevolgen met zich
mee heeft gebracht, nl een lichamelijke dood en een geestelijke dood.
Volgende
Terug naar lijst
VI Christus, het antwoord op de geestelijke dood, Rom 5:12
"Daarom, gelijk door een mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd
hebben" Rom 5:12. Spreekt Paulus hier over de lichamelijke
dood of over de geestelijke dood?
a) De context laat ons denken dat Paulus over de geestelijke dood
spreekt. Hij zegt nl dat door één overtreding (5:18) of
ongehoorzaamheid (5:19) zonde de wereld is binnengekomen (5:12). De
zonde resulteerde in de dood (5:12) en velen zijn zondaren geworden
(5:19) omdat allen gezondigd hebben (5:12). De geestelijke dood
was universeel omdat alle mensen zondigen (Rom 3:23; 1 Joh 1:10). Daarom
ook dat Paulus tegen de christenen te Kolosse zegt "ook
u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en
onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al
onze overtredingen kwijtschold" Kol 2:13; vgl Ef 2:5.
Het is "de ziel die zondigt, die zal sterven"
Ez 18:20 (vgl Ex 32:30-33 !!!). Merk op dat de bijbel nergens leert dat een mens verzoend wordt of
verzoend moet worden voor de zonde van Adam! De mens is niet geestelijk
dood door Adam's zonden, maar door zijn eigen zonden. Als dit zo zou
zijn dan zou Jezus die in alle opzichten een mens gelijk was ook een
zondaar zijn, maar dit is natuurlijk niet zo (Hebr 2:14,17; 4:15). Een mens wordt
steeds opgeroepen om zijn eigen zonden te verzoenen en niet die van Adam
ook, zoals Petrus zegt "komt dan tot berouw en bekering, opdat
uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des
Heren" Hand 3:19 (vgl Hand 2:38; Rom 14:12).
b) Rom 5 leert ons dat de mens geestelijke leven kan verkrijgen door
gehoorzaamheid aan Christus, want door één daad van gerechtigheid
(5:18) of gehoorzaamheid (5:19; vgl Hebr 5:8-9) heeft het offer van
Christus geresulteerd in de rechtvaardigmaking ten leven voor alle
mensen (5:18). Maar de mens krijgt deze rechtvaardigmaking niet zomaar
of automatisch omdat Christus deze daad heeft gedaan. Nee, wil een mens
dit leven verkrijgen dan moet de individuele mens Christus gehoorzamen
(vgl Rom 6:16; Hebr 5:9).
|
Christus heeft het antwoord
gebracht op de geestelijke dood geïntroduceerd door Adam |
| ADAM |
CHRISTUS |
Eén overtreding (18)
Ongehoorzaamheid van ene (19) |
Eén daad van
gerechtigheid (18)
Gehoorzaamheid van ene (19) |
| |
|
| Zonde in de wereld
gekomen door één daad (12) |
Genade van God over
vele overtredingen (15) |
| |
|
| DOOD DOORGEGAAN TOT
ALLE MENSEN |
LEVEN VOOR ALLE
MENSEN (18) |
Omdat allen gezondigd
hebben (12)
Velen zijn zondaren geworden (19) |
Zeer velen worden
rechtvaardigen (19) |
| |
|
| VEROORDELING (18) vgl
2 Tess 1:8 |
RECHTVAARDIGING TEN
LEVEN (18) vgl Rom 6:16 |
c) De sleutel om dit vers te begrijpen
vinden we in vers 18 en 19. "Derhalve, gelijk het door een daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door een daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven. Want, gelijk door de ongehoorzaamheid van een mens zeer velen zondaren geworden zijn, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van een zeer velen rechtvaardigen
worden" Rom 5:18-19. De mens heeft deel aan de geestelijke dood die door
Adam is gebracht door persoonlijke ongehoorzaamheid en kan delen in het
geestelijke leven dat
door Christus is gebracht door persoonlijke gehoorzaamheid.
- de zondeschuld van Adam wordt niet geërfd, maar nagebootst.
- als Rom 5:12 zou leren dat alle mensen onvoorwaardelijk de zondeschuld van
Adam automatisch erven zonder er iets aan te kunnen doen (leer van
erfzonde, men wordt zondig geboren; vgl Matt 18:2-3;19:4), dan zou Rom 5:18-19 leren dat alle mensen
onvoorwaardelijk zijn gered door Christus, zonder dat men er ook maar
iets voor kan doen. Maar Hebr 5:9 leert dat
Christus enkel een oorzaak van eeuwig heil is voor hen die Hem
gehoorzamen en er wordt helemaal niet geleerd dat alle mensen
automatisch gered zijn om wat Christus heeft gedaan. Deze gedachte klopt dus niet.
d) In de verzen voor Rom 5:12 sprak Paulus over verzoening door Christus
(Rom 5:1-11). Verzoening was nodig omdat zonde in de wereld was gekomen
door Adam. Paulus laat het contrast zien tussen Adam en Christus. Door
één man is zonde in de wereld gekomen, door één man gerechtigheid.
De vrucht van Adam's zonde is de dood en de vrucht van Christus's daad
is leven. Dit leven is een leven met God, een geestelijk leven, daarom
moet de dood door Adam de geestelijke dood zijn, want dat is wat zonde
doet, het scheidt ons op de eerste plaats geestelijk van God. Maar de mens is niet
geestelijk van God gescheiden door de zonden van Adam, maar door zijn
eigen zonden. Daarom zijn alle mensen dood door hun eigen overtredingen,
vanwege hun eigen zonden, want allen hebben gezondigd (5:12). Merk ook
op dat Paulus in de eerste 3 hoofdstukken van Romeinen uitvoerig laat
zien dat allen zondaars zijn en zijn afgeweken van God, omdat allen de
zonde doen en niet omdat ze de zonde erven van Adam (Rom 3:10-12,23;
Psalm 106:37-38).
Volgende
Terug naar lijst
VII Christus, het antwoord op de lichamelijke dood, 1 Kor 15:20-22,
45-51
In Rom 5 wordt Christus als zoenmiddel voor de geestelijke dood
voorgesteld. In 1 Kor 15 wordt Christus voorgesteld als antwoord op de
lichamelijke dood. Want als gevolg van Adam's zonde werd hij uit de hof
van Eden gezet waardoor hij niet meer van de boom des levens kon eten en
dus lichamelijk begon te sterven. Door deze ene daad is het gehele
menselijke ras sterfelijk geworden omdat de toegang tot de hof van Eden
is ontzegd (Gen 3:24). Het antwoord op de lichamelijke dood is
onvoorwaardelijk, zoals Paulus zegt "Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn.
Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens.
Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt
worden" 1 Kor 15:20-22. (lees 1 Kor 15:12-19). Paulus zegt
daar dat als er geen doden worden opgewekt, dan is ook Christus niet
opgewekt en als Christus niet is opgewekt dan is de mens nog in zijn
zonden.
|
Christus heeft het antwoord
gebracht op de lichamelijke dood geïntroduceerd door Adam |
| ADAM |
CHRISTUS |
de dood is er door een
mens (15:21)
in Adam sterven allen (15:22) |
de opstanding der
doden is er door een mens
in Christus worden allen levend gemaakt |
| |
|
| de eerste mens werd
een levende ziel (15:45) |
de laatste Adam werd
een levend makende geest |
| is natuurlijk (15:46) |
is geestelijk |
| is uit de aarde,
stoffelijk (15:47) |
is uit de hemel |
| |
|
"allen
zullen wij veranderd worden" 15:51
Christus als eersteling die nooit meer zou sterven na zijn
opstanding (15:20) |
Jezus zei "Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen,
en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten
oordeel" Joh 5:28-29. Alle mensen die zijn gestorven voordat
Jezus terugkomt zullen worden worden opgewekt. Zij die het goede gedaan
hebben worden opgewekt tot het eeuwige leven, zij die het kwade bedreven
hebben tot oordeel (Vgl 1 Tess 4:13-17; Opb 20:11-15; Luk 11:32). "Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij
kwaad" 2 Kor 5:10. "En zoals het de mensen beschikt is, eenmaal te sterven en daarna het oordeel,
zo zal ook Christus, nadat Hij Zich eenmaal geofferd heeft om veler zonden op Zich te nemen, ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden door hen, die Hem tot hun heil
verwachten" Hebr 9:27-28. Er zal dus een "een opstanding van rechtvaardigen en onrechtvaardigen zijn"
Hand 24:15.
Terug naar lijst
Vorige
|