|
Er is geen belangrijkere vraag in de wereld dan deze vraag, nl wat moet ik doen om behouden te worden? Elke andere vraag verdwijnt in het niets wanneer iemand bedenkt waar zijn ziel in de eeuwigheid zal zijn. Maar wat we vaststellen als we naar kerken kijken die zich christelijk noemen, is dat we zien dat zij een ander reddingsplan verkondigen dan hetgeen God heeft gegeven. Deze studie wil stilstaan bij wat reddend geloof volgens de bijbel is en de voorbeelden van de bijbel erbij halen zodat we kunnen zien wat men moest doen om behouden te worden. A Intro:
Gods reddingsplan door V. Glenn McCoy
A Gods Reddingsplan Wie kan behouden worden? Behoudenis wordt enkel beloofd aan hen
die Jezus Christus geloven, aanvaarden en gehoorzamen. Petrus zegt het
volgende over Jezus, "En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden
worden" Handelingen 4:12. Jezus verklaarde "Ik heb u dan gezegd, dat gij in uw zonden zult sterven; want indien gij niet gelooft, dat Ik het ben, zult gij in uw zonden
sterven" Johannes 8:24. Ook zei Hij "Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen
is" Matteus 7:21 God wil dat iedereen wordt behouden. God houdt zoveel van de mensen en Hij verlangde zo naar hun redding dat Hij het heeft toegelaten dat Zijn eniggeboren Zoon stierf aan het kruis voor de zonden van de mensheid (Johannes 3:16). Jezus verdroeg het lijden van het kruis om door Zijn dood het mogelijk te maken dat iedere gehoorzame mens kan worden behouden (Hebreen 12:2; 5:9). Jezus stierf, werd begraven en werd opgewekt uit de dood (1 Korintiërs 15:3-4). Voordat Hij terug naar de hemel voer, gaf Jezus aan Zijn apostelen de boodschap die zij moesten verkondigen opdat mensen zouden behouden worden. We kennen dit ook als het grote zendingsbevel. Er wordt op 3 plaatsen over gesproken in het NT.
B Het grote zendingsbevel. "Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.
En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld"
Matteus 28:19-20. De apostelen waren trouw aan hun opdracht
die ze van Jezus hadden gekregen. Niet vele dagen na het grote
zendingsbevel, begonnen de apostelen het evangelie te verkondigen in
Jeruzalem, net zoals Jezus hun had bevolen. Petrus stond op met de elf
en vertelde de mensen die in Jeruzalem waren op de pinksterdag wat zij
moesten doen om behouden te worden. Drieduizend van hen geloofden de
boodschap die zij hoorden, zij bekeerden zich van hun zonden, en werden
gedoopt in Christus (Handelingen 2:37-38).
Wanneer iemand is behouden, wordt hij een christen en voegt de Here hem
toe tot Zijn gemeente (Handelingen 2:47).
Een mens moet niet eerst iets doen om vergeving van zonden te ontvangen
en daarna iets anders om aan de gemeente te worden toegevoegd. C De 3000 zielen die werden gered op pinksterdag
C De bekering van de 3000 Een grote menigte was vergaderd te Jeruzalem. Zij hoorden Petrus het evangelie verkondigen. Zij hoorden hem hun beschuldigen dat ze Gods Zoon hadden gekruisigd. Ze werden daardoor getroffen in hun harten en stelden de volgende vraag: "wat moet wij doen broeders?" (vs 37) Het was op deze vraag dat Petrus het volgende antwoord gaf "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen" Handelingen 2:38. Wij moeten hetzelfde antwoord geven Wanneer iemand wil weten wat hij moet
doen om behouden te worden, kunnen en mogen we dan een ander antwoord
geven dan het antwoord van Petrus en de andere apostelen? Natuurlijk
niet! Maar we zien echter dat als we mensen vandaag de dag hetzelfde
antwoord geven als de apostelen dat mensen niet hetzelfde reageren als
de 3000. De 3000 verlangden ernaar behouden te worden, en wanneer ze hoorden
hoe ze dit konden bekomen, reageerden ze op dezelfde wijze als alle
oprechte mensen zouden doen. "Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen
toegevoegd" (vs 41) Uit de reactie van de 3000 op de prediking kunnen we zien dat ze duidelijk in Jezus geloofden. Want "toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen" (vs 37) en ze "aanvaardden zijn woord" (vs 41). Maar alleen te geloven was niet voldoende om gered te worden. Zij moesten zich ook "bekeren en laten dopen" (vs 38) om hun zonden af te wassen. Deze instructies waren zo simpel dat de mensen het niet mis konden verstaan. Zij gehoorzaamden met blijdschap en werden behouden, en God voegde hen toe tot Zijn gemeente (vs 47). De boodschap is niet veranderd De zielreddende boodschap die aan de 3000 werd gegeven is niet veranderd, het is nog steeds dezelfde boodschap die vandaag moet worden verkondigd en worden gehoorzaamd. Wanneer iemand reageert op dezelfde wijze als de 3000 dan zal het resultaat hetzelfde zijn, nl de vergeving van zonden. Als die mensen de boodschap hadden geweigerd te geloven dan waren ze in hun verloren toestand gebleven. Dit geldt ook voor mensen vandaag de dag die weigeren om God te gehoorzamen. D De bekering van de Samaritanen
D De bekering van de
Samaritanen Filippus ging naar stad van Samaria en
predikte het evangelie (vs 5). "Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als
vrouwen" Handelingen 8:12 E De bekering van de kamerling uit Ethiopië
E De bekering van de
kamerling uit Ethiopië "En Filippus opende zijn mond, en uitgaande van dat schriftwoord, predikte hij hem Jezus.
En terwijl zij onderweg waren, kwamen zij bij een water, en de kamerling zeide: Zie, daar is water; wat is ertegen, dat ik gedoopt word?
En hij zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd. En hij antwoordde en zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is.
En hij liet de wagen stilhouden en beiden daalden af in het water, zowel Filippus als de kamerling, en hij doopte hem.
En toen zij uit het water gekomen waren, nam de Geest des Heren Filippus weg en de kamerling zag hem niet meer, want hij ging zijn weg met blijdschap."
Handelingen 8:35-39 We moeten opmerken dat Filippus de
kamerling "Jezus predikte". In
het verkondigen van Jezus aan deze verloren ziel leerde Filippus hem wat
hij moest doen om Jezus te ontvangen. Dit omvatte ook de doop. Toen ze
aan een water waren gekomen zag de kamerling de gelegenheid om God te
gehoorzamen en om zijn zonden af te wassen. De kamerling was een gelovig man, maar
toch nog niet behouden. Hij was onderweg naar Ethiopië nadat hij in
Jeruzalem God was gaan aanbidden naar de wet van Mozes. Terwijl hij
onderweg was, las hij in de oudtestamentische geschriften van Jesaja. Hij
was beland bij een profetie over Jezus (Jesaja 53).
Maar toch kende hij Jezus niet, noch wat Jezus van hem verwachtte. Hij
vroeg aan Filippus om uitleg. Het was dus niet genoeg voor de man om
godsdienstig te zijn. Hij moest naast gelovig zijn, ook
gehoorzaam zijn aan Christus (Matteus 7:21).
F De bekering van
Cornelius "en Hij heeft ons geboden het volk te prediken en te betuigen, dat Hij het is, die door God is aangesteld tot rechter over levenden en doden.
Van Hem getuigen alle profeten, dat een ieder, die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangt door zijn naam.
Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het woord
hoorden" Handelingen
10:42-44. Het vallen van de Heilige
Geest op hen tot wie Petrus het Woord begon te spreken, redde hun niet.
Dit gebeuren was een teken voor de Joden dat de heidenen niet langer
mochten worden behandeld als mensen die het niet waard waren om het
Woord te horen en te geloven. Het was een teken voor de Joden en de
heidenen dat de heidenen werden toegelaten tot de gemeente (Handelingen
11:18; 15:8). Als het hebben van een goede moraal eender welk persoon zou kunnen redden, dan zou Cornelius zeker behouden zijn, gezien hij een uitstekende reputatie had want hij was "een godvruchtig man, een vereerder van God met zijn gehele huis, die vele aalmoezen aan het volk gaf en geregeld tot God bad" Handelingen 10:2. Cornelius was een gelovig man en had een goede moraal, maar was daardoor niet behouden. De opdracht om gedoopt te worden Onder leiding van de Here ging Petrus van Joppe naar Caesarea naar het huis van Cornelius, die een centurion was, en hij predikte het evangelie aan Cornelius en de zijnen. Wanneer Petrus klaar was met de verkondiging "beval hij hen te dopen in de naam van Jezus Christus" Handelingen 10:48. Wanneer Cornelius en de zijnen gehoorzaamden aan dit bevel werden zij behouden. "deze zal woorden tot u spreken, waardoor gij en uw gehele huis behouden zult worden" Handelingen 11:14. Hierover schreef Petrus jaren later nog steeds hetzelfde "als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop" 1 Petrus 3:21.
G De bekering van Lydia "En op de sabbatdag gingen wij de poort uit, de rivier langs, waar wij verwachtten, dat een gebedsplaats zou zijn; en nedergezeten, spraken wij tot de vrouwen, die samengekomen waren.
En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster uit de stad Tyatira, die God vereerde, hoorde toe, en de Here opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd.
En toen zij gedoopt was en haar huis, nodigde zij ons, zeggende: Indien gij van oordeel zijt, dat ik de Here getrouw ben, neemt dan uw intrek in mijn huis. En zij drong ons ertoe."
Handelingen 16:13-15. H De bekering van de gevangenisbewaarder
H De bekering van de
gevangenisbewaarder "En hij leidde hen naar buiten en zeide: Heren, wat moet ik doen om behouden te worden?
En zij zeiden: Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis.
En zij spraken het woord Gods tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren.
En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mede om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen; en hij bracht hen naar boven in zijn huis en richtte een tafel aan, en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis tot het geloof in God gekomen
was" Handelingen 16:30-34. Voordat de
gevangenisbewaarder de gelegenheid had om het evangelie te horen, stelde
hij de vraag "Heren, wat moet ik doen om behouden te worden?"
Handelingen 16:30. Paulus en Silas vertelden hem "Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw
huis" SVV Handelingen 16:31.
Paulus en Silas stonden op het punt om de gevangenisbewaarder te vertellen
over de Enige die hem redding kon geven. Op dit moment geloofde de gevangenisbewaarder nog niet in Jezus. Behoudenis begint altijd met geloof, maar de gevangenisbewaarder kon niet in Jezus geloven zonder dat hem was geleerd wie Jezus was (Romeinen 10:14). Hem te vertellen dat ze in Jezus moesten geloven was niet het einde van wat de gevangenisbewaarder moest doen om behouden te worden want "zij spraken het woord Gods tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren" (vs 32). Nadat Paulus en Silas hem Jezus hadden gepredikt, volgde de doop van de gevangenisbewaarder "en in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mede om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen" (vs 33). Meer dan geloof was
nodig Gezien zijn zonden werden weggewassen in de doop "verheugde hij zich", want daar had hij alle reden toe. Om vergeving van zonden te ontvangen, en om een christen te worden, en om tot de gemeente te worden toegevoegd, zien we dat de gevangenisbewaarder het evangelie hoorde, het geloofde, zich bekeerde van zijn zonden, en werd gedoopt in Christus (Romeinen 6:3-4). Het reddingsplan is zo simpel! I De bekering van de Korintiërs
I De bekering van de
Korintiërs "En Crispus, de overste der synagoge, kwam tot geloof in de Here met zijn gehele huis, en vele van de Korintiers, die hem hoorden, geloofden en lieten zich
dopen" Handelingen 18:8.
J De bekering van de Efeziërs Wanneer Paulus naar Efeze ging, ontmoette hij mensen die waren gedoopt met de doop van Johannes. De doop van Johannes was niet meer gerechtvaardigd nadat het evangelie was gepredikt op de pinksterdag in 33 na Ch. Voor die tijd werden alle mensen gedoopt in de doop van Johannes, terwijl zij moesten uitzien naar de komst van de Christus. Wanneer Christus was gekomen en het reddingsplan tot stand had gebracht, geldde dit plan voor alle mensen van alle tijden (Matteus 28:18-20). Hun doop was niet geldig Voordat deze twaalf mannen Paulus ontmoetten, beseften ze niet dat hun doop niet langer geldig was. Deze discipelen waren godsdienstig en zeer oprecht, maar zij moesten worden gedoopt om in Christus te komen. Wanneer Paulus hun leerde dat ze in de doop van Johannes waren gedoopt zei hij "Johannes doopte een doop van bekering en zeide tot het volk, dat zij moesten geloven in Hem, die na hem kwam, dat is in Jezus" (vs 4). Het was tot grote eer van de Efeziërs dat ze niet met Paulus gingen ruziën dat ze in hun eigen ogen godsdienstig waren en dat hij hen maar met rust moest laten omdat ze al waren gedoopt. Wat was hun reactie? "En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus" (vs 5).
K De bekering van Paulus "En een zekere Ananias, een godvruchtig man naar de wet, van wie alle Joden, die daar woonden, een goed getuigenis gaven,
kwam tot mij, ging bij mij staan en zeide tot mij: Saul, broeder, word weer ziende! En op hetzelfde ogenblik werd ik weer ziende en zag hem.
En hij zeide: De God onzer vaderen heeft u voorbestemd om zijn wil te leren kennen en de Rechtvaardige te zien en een stem uit zijn mond te horen;
want gij moet getuige voor Hem zijn bij alle mensen, van hetgeen gij gezien en gehoord hebt.
En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van zijn naam."
Handelingen 22:12-16. We hebben gelezen dat Paulus
door Jezus werd verteld om naar Damascus te gaan, daar zou hij worden
verteld wat hij moest doen. In Damascus wordt Saul door Ananias verteld wat
hij moest doen. Hij leerde Paulus over de Here en besloot met te zeggen
"En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van zijn
naam" Handelingen 22:16. L Het plan om behouden te worden
L Het plan om behouden te worden In het boek van handelingen
heeft God ons 9 voorbeelden van nieuwtestamentische bekering gegeven. Van
die voorbeelden kunnen we duidelijk zien wat God van de mensen vraagt om
behouden te worden. Als wij vandaag de dag een kind van God willen worden
dan zijn er geen betere voorbeelden dan die het NT ons geeft. Een
eerlijk mens die op zoek is naar waarheid zal hetzelfde doen als de eerste
christenen deden en het resultaat zal hetzelfde zijn. Hij zal dan geen lid
zijn van een denominatie, omdat de Here hem tot Zijn gemeente toevoegt.
"En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden
werden" Handelingen 2:47. Om gered te worden moet iemand geloven in Jezus Jezus zei dat we in ons
zonden zouden sterven als we niet in Hem geloofden. "want indien gij niet gelooft, dat Ik het ben, zult gij in uw zonden
sterven" Johannes 8:24. Hij zei
ook "maar wie niet gelooft, zal veroordeeld
worden" Markus 16:16. Om gered te worden moet iemand zich bekeren van zonden Bekering is een verandering
van gedachte dat resulteert in een verandering van handelen (Handelingen
26:20). Gods goedheid leidt tot
bekering (Romeinen 2:4). Als deze goede belijdenis
wordt gedaan dan leidt dat tot redding. "Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot
behoudenis" Romeinen 10:10. Om gered te worden moet iemand worden gedoopt Jezus verbond geloof samen
met dopen om redding te bekomen. "En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping.
Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld
worden" Markus 16:15-16. Het was
niet nodig voor Jezus om te zeggen "hij die niet gelooft en zich
niet laat dopen zal veroordeeld worden" gezien iemand die niet
gelooft zich ook nooit zal laten dopen tot vergeving van zonden, evenmin als
belijden en bekeren van zonden. Behoudenis begint met geloof.
|